Artikelen
 

Een dagelijks ervaren waarheid

(Vrij Nederland, Jg.59, Nr.49, 3.XII.1998, p.63-4)

 

Hans Blokland

 

Het te korte leven van de Engelse sociaal-democratische cultuurdrager Isaiah Berlin (1909-1997) is dermate gevuld geweest, dat er probleemloos een biografie van duizend pagina’s in heeft moeten gezeten. Zijn eerste biograaf Michael Ignatieff laat het helaas tot een derde hiervan.[1] Aan het beschikbare materiaal zal het niet hebben gelegen: hij had de beschikking over een immens, nog altijd groeiend Berlin-archief, hij sprak met een kleine honderd bekenden en vrienden van Berlin en een decennium lang, vanaf eind 1987, had hij de gelegenheid Berlin met grote regelmaat langdurig te interviewen. En Berlin praatte graag. De afspraak was dat het boek eerst na Berlins verscheiden zou worden gepubliceerd en dat Berlin er nimmer een letter van zou lezen: ‘après moi, le déluge’.

Een zondvloed is het niet geworden. Ignatieff is goed geïnformeerd, is een vlot en empathisch verteller en staat duidelijk zeer sympathiek tegenover zijn onderwerp. Zijn boek biedt ook veel meer dan een individueel levensverhaal: via Berlin wordt tevens een schets gegeven van het laatste centennium. Berlin is immers bij vele belangrijke gebeurtenissen in het maatschappelijke en intellectuele leven van onze eeuw betrokken geweest of behoorde tot de intimi van de persoonlijkheden die deze gebeurtenissen mede hebben bepaald. Winston Churchill, Anthony Eden, Edward Halifax, John F.Kennedy, Chaim Weizmann, Ben Gurion, Georg Kennan, Felix Frankfurter, Arthur Schlesinger, Donald Maclean, Guy Burgess, Boris Pasternak, Anna Akhmatova, John Maynard Keynes, Ludwig Wittgenstein, Alfred Ayer, Stuart Hamshire, T.S.Eliot, Stephen Spender, Virginia Woolf, Margaret Thatcher behoorden tot zijn kennissen of vrienden. Zelfs Tony Blair probeerde Berlin aan het einde van zijn leven nog per brief te verleiden in discussie te gaan over zijn ‘New Labour’. Lees de rij van namen en men leest een geschiedenis van de twintigste eeuw.

Een intellectuele biografie vormt Ignatieff zijn boek evenwel niet. Hij laat zich niet verleiden tot een afgewogen eindoordeel over Berlins ideeën en theorieën, en een poging deze in een wijder filosofisch perspectief te plaatsen.

 

Riga, Petrograd, Oxford

Berlin werd in 1909 geboren in Riga als enig kind van een welvarend Joods echtpaar dat een klein vermogen verdiende in de houtindustrie. Het krijgen van een kind was een diepe wens van zijn ouders die de vervulling hiervan hun verdere leven beloonde met een aandacht, verwennerij en adoratie, die geregeld schadelijk is voor iemands karakter. Op de vlucht voor de oorlog verhuisde het gezin in 1916 naar Sint Petersburg alwaar Berlin getuige was van de gewelddadigheden en angsten die gepaard gingen met de Russische revolutie, een ervaring die diepe indruk op hem maakte en mede zijn levenslange afkeer van alle vormen van fanatisme inspireerde. Het allerbelang­rijkste wat hij echter van zijn Russi­sche achtergrond had over­gehouden, was volgens Berlin het besef van de kracht van ideeën. De ideeëngeschiedenis zou om deze reden zijn primaire belangstelling krijgen.

In 1921 emigreerde het gezin, dit maal op de vlucht voor een groeiend antisemitisme en wantrouwen tegen ‘burgerlijke elementen’, vervolgens naar Engeland. Zijn vader had reeds voor de oorlog handel met Engelse zustermaatschappijen gedreven en het geld dat hij daarmee had verdiend in Engeland ondergebracht. Financieel kwam het gezin derhalve niet berooid aan. Omdat zijn vader vrij snel zijn activiteiten in de houtindustrie kon oppakken, bleef Isaiah ook daarna gevrijwaard van materiële tegenslagen. Dankzij zijn (late) huwelijk met de aristocratische en vermogende Aline de Gunzbourg werd hij later zelfs een rijk man.

Evenals zijn Anglofiele vader verpachtte Berlin zijn hart aan Engeland: als vluchteling identificeerde hij zich met de Engelse cultuur op een wijze, die voor autochtonen niet is weggelegd: zonder ironie. Het beeld dat Engelsen graag van zichzelf koesteren – pragmatisch, excentrisch, flegmatiek, empirisch, fair, fatsoenlijk en eerlijk – werd door hem in zijn werk uitvergroot en in de spiegel van zijn ideeën en opvattingen herkenden de Engelsen een favoriet beeld van zichzelf. Onder Engelsen werd Berlin al vrij snel tamelijk populair.

Naast een Russische en een Engelse had Berlin ook nog een Joodse bagage. Vooral zijn moeder was diep religieus en daarnaast confronteerde de geschiedenis hem uiteraard voortdurend met deze laag van zijn identiteit. Zelf heeft Berlin echter nooit kunnen geloven. Als scepticus was hij ervan overtuigd dat het leven uiteindelijk geen enkele transcendente betekenis had. Niettemin had hij een groot respect voor religieuze rituelen en tradities, en participeerde hij geregeld in de Joodse. Dit uit de ervaring en het besef, zo zou hij later schrijven, dat mensen een diepe behoef­te bezitten ergens bij te horen, onderdeel te zijn van een duurzame gemeen­schap met een eigen, gerespecteerde culturele identi­teit met eigen rituelen en tradities.

 

Spraakwaterval

Berlins wijze van spreken en schrijven is vermaard. Zijn zinnen zijn extreem lang en bestaan naast de hoofdboodschap uit een groot aantal kwalificaties die hem naar het lijkt eerst tijdens het spreken invallen. De gemiddelde zin ontwikkelt zich als een sneeuwbal die van een helling afdendert, sneller en sneller, groter en groter, en de kern met steeds meer lagen beschermend, net zo lang tot de, met gepaste bewondering toekijkende twijfelaar aan de voet van de helling is verpletterd. Te oordelen naar zijn bewaard gebleven opstellen als scholier, moet hij deze archaïsche, eerder melodieuze, intuïtieve en associatieve, dan logische spreek- en schrijfstijl al op zeer jonge leeftijd gebezigd hebben.

Berlin praatte graag en was dan ook dol op gezelschap. Het beeld dat van hem uit Ignatieffs biografie naar voren komt is van een uiterst aimabel, geestig en tevreden mens, die buitengewoon aan het leven was verslingerd en het onder intellectuelen zeldzame talent had er met volle tuigen van te genieten. De kern van zijn filosofie, dat waarden onherroepelijk botsen en dat mensen voortdurend in het leven pijnlijke, tragische keuzen moeten maken waarbij onvermijdelijk waardevolle opties verloren gaan, was hem persoonlijk niet aan te zien. Een man volkomen in harmonie met zichzelf, zijn omgeving en de wereld, stil overtuigd van zijn waarde, zonder arrogant of pedant te worden. Zijn leven lang heeft hij volgehouden, dat hij schromelijk werd overgewaardeerd. ‘Long may this continue!’. Toen een bewonderaar van Hannah Arendt, die naar Berlins mening een enorm overschat warhoofd was, hem boos toebeet dat Hannah dat ook van hem vond, was zijn montere antwoord: ‘Well, we are both right.’

 

Pluralisme

Berlin heeft altijd gesteld dat hij nimmer een intellectuele agenda heeft gehad. Hij hield ervan zichzelf te vergelijken met een taxi: ik kom alleen in beweging wanneer ik word geroepen en de opdrachtgever bepaalt wel de plaats van bestemming. Niettemin, terugkijkend moet worden geconcludeerd dat zijn werk wel degelijk één groot thema was. Hij was, naar zijn eigen beroemd geworden onderscheid, geen vos, maar een egel: hij was in het bezit van één groot inzicht, niet van vele verschillende weetjes.

De rode draad door zijn werk vormt een kruistocht tegen het, zeker in onze westerse cultuur van oudsher en in brede kringen levende monisti­sche wereldbeeld. Dit houdt in dat er op elke vraag slechts één juist antwoord bestaat en dat alle juiste antwoorden op harmo­nieu­ze wijze in één rationeel stelsel kunnen worden geor­dend. Dit stelsel is boven­dien kenbaar: door ons allemaal of, een meer gebruikelijke veronder­stel­ling, door een beperkt aantal tot leider­schap geroepen uitverko­renen. Werkelijk rationele mensen hebben voorts geen meningsver­schillen en belangente­genstel­lin­gen: zij allen baseren hun denken en handelen immers op dezelfde, voor iedereen en onder alle omstandig­he­den geldende, wetten, regels en standaar­den. Waar toch menings­verschillen bestaan, bestaan slechts onduidelijk­heid of onvol­groeid­heid, tijdelijke gebreken die verholpen kunnen worden. Een herop­voeding kan desnoods licht in de duisternis brengen.

Tegenover deze monis­tische overtui­ging stelt Berlin dat er vele, elk op zich nastre­venswaar­dige, doch vaak onverenigbare waarden zijn die voortdurend met elkaar botsen en daarom tegen elkaar moeten worden afgewo­gen. Dat wij niet alles in het leven kunnen realiseren, vormt voor hem een tragische, maar door een ieder dagelijks ervaren waarheid. De hoop dat er een theorie of een maatschappelijke ordening bestaat waarin al onze waarden tegelijkertijd en op harmonieuze wijze verwe­zenlijkt kunnen worden, is naar Berlins overtuiging een gevaar­lijk misverstand. Een samenleving zonder politiek is dus ondenkbaar. Altijd zal de noodzaak aanwezig blijven om tegenstrijdi­ge waarden en belangen tegen elkaar af te wegen. ‘Het einde van de politiek’ of ‘het einde van de geschiedenis’ of ‘het einde van de ideologieën’ is een kennistheore­tisch misverstand.

Dat er een grote pluraliteit aan waarden bestaat impliceert overigens volgens Berlin niet dat deze pluraliteit grenzenloos is en dat al deze waarden onder alle omstandighe­den even betekenisvol zijn. In tegenstelling tot de postmo­dernis­ten verzet Berlin zich hart­grondig tegen relativis­me en subjectivisme: er bestaat in zijn optiek een universeel gedeelde, minimale moraal en het is volgens hem altijd mogelijk rationeel over waarden te argumenteren.

 

Causeur

Ook omdat Berlin een zeer graag geziene gast was in artistieke, politieke en academische kringen en hij geen overtuigende reden zag ook maar een deel van de vele uitnodigingen af te slaan, kreeg hij in de jaren zestig de reputatie voornamelijk een causeur te zijn, die vele gelegenheidslezingen hield maar weinig fundamentele academische publicaties voortbracht. Berlin droeg aan deze reputatie bij door geregeld te koketteren met zijn bescheidenheid en een geveinsde luiheid. Het is in hoge mate aan Henry Hardy te danken dat deze reputatie aan het einde van het leven van Berlin drastisch werd bijgesteld. Vanaf het midden van de jaren zeventig nam hij de taak op zich, een taak die naderhand een levenstaak bleek te zijn, om het grote, enorm verspreid gepubliceerde oeuvre van Berlin te ontsluiten en systematisch beschikbaar te maken. Inmiddels zijn er een dozijn boeken en essaybundels verschenen en het einde is voorlopig nog niet in zicht: er is een grote hoeveelheid ongepubliceerd materiaal en een gigantisch aantal brieven. Gezien de kwaliteit hiervan en het feit dat ze zelden aan de eerste de beste zijn geschreven, mogen wij ook hiervan nog de nodige uitgaven verwachten – de eerste is in aantocht.

 

Wereldlijkheid

Berlin was, ondanks zijn langdurig verblijf in zeer traditionele colleges als Corpus Christie (dat tot in de jaren dertig weigerde verderfelijke typemachines aan te schaffen) en All Souls (geen vrouwen, studenten en nog een paar zaken die geleerden uit hun concentratie halen), geen wereldvreemd figuur. Hij was zich uitstekend bewust van de beperktheid van het academische leven in Oxford en zorgde er altijd voor voldoende met de buitenwereld contact te houden om niet iedere werkelijkheidszin te verliezen.

Zijn praktische instelling bleek onder meer in de Tweede Wereldoorlog toen hij in opdracht van de Britse regering vanuit Washington verslag deed van de politieke stemming onder Amerikaanse politici, beleidsmakers, journalisten en opinieleiders. Deze wekelijkse verslagen waren dermate goed geïnformeerd – Berlin bewoog zich ook hier met een vanzelfsprekend gemak in welingelichte kringen – en dermate goed geschreven, dat ze in Londen door een steeds wijdere kring van regeringsleden werden gelezen. Churchill was zo zeer onder de indruk dat hij, toen hij vernam dat de heer I.Berlin vanuit Amerika naar Londen zou komen, hem onmiddellijk voor een diner in Downing Street liet uitnodigen. Tijdens het diner vergastte Churchill Berlin op vragen naar de mogelijkheid dat Roosevelt bij de volgende verkiezingen herkozen zou worden, naar de omvang van de Amerikaanse oorlogsproductie en de waarschijnlijke duur van de oorlog. De antwoorden waren nogal vaag en ontwijkend waarop een verwonderde en meer en meer geïrriteerde Churchill maar aan de professor vroeg wat het belangrijkste was wat hij in zijn leven had geschreven. ‘White Christmas’, was het antwoord.

Irving Berlin vertelde zijn producer dezelfde avond dat het een moeizame bijeenkomst was geweest: de minister-president leek het niet echt met hem te kunnen vinden. Het verhaal van de persoonsverwisseling deed al snel de ronde, werd zelfs gepubliceerd in Time, hetgeen alleen maar bijdroeg aan Isaiah Berlins naamsbekendheid. Later vonden nog enige echte ontmoetingen plaats tussen Berlin en Churchill, die overigens ook niet werkelijk succesvol waren: Berlin bewonderde Churchill omdat het een man van de daad was, maar plaatste, typerend genoeg, grote vraagtekens bij de onderbouwing en inhoud van diens daden.

Hij bleef, kortom, ofschoon hij dit zelf vaak verfoeide, een gedistantieerde, ironische en sceptische academicus, een buitenstaander in de Engelse samenleving, hoezeer hij zich ook met deze samenleving vereenzelvigde.

 



[1] Michael Ignatieff. 1998. Isaiah Berlin: A Life, London: Chatto & Windus