Populisme: analyse, diagnose en democratische remedie

Populisme lijkt de wereld te overspoelen. In zeer uiteenlopende landen winnen vooral rechts-populistische partijen verkiezingen die vervolgens met meer of minder succes bestaande democratische instituties van binnenuit uithollen, waardoor de waarschijnlijkheid van een continuering van hun macht groeit. De politieke, sociale en economische systemen en constellaties van de betreffende landen verschillen sterk. De verscheidenheid van hun populistische leiders en bewegingen is niet minder groot. De geregeld aangeboden monocausale verklaringen van hun opmars zijn ook daarom weinig plausibel. Er is een veelvoud van verklarende variabelen, die in wisselende combinaties, met variërende gewichten op verschillende momenten hun werking hebben. Omdat de richting van de politieke ontwikkeling in zoveel verschillende landen populistisch is, lijken echter ook meerdere dieperliggende gemeenschappelijke factoren van belang. Deze wil ik in het volgende onderzoeken. Mijn gedachten gaan hierbij met name uit naar controleverlies, het wijdverbreide gevoel overgeleverd te zijn aan krachten die men begrijpt noch beheerst, naar de verbreiding van persoonlijk en maatschappelijk onbehagen, alsmede naar het eroderen van breed gedragen verhalen die het leven en samenleven richting en betekenis geven.

Ik zal eerst ingaan op enige kenmerken van het populisme. Vervolgens onderzoek ik mogelijke oorzaken van de opkomst van deze beweging. En ik besluit met de vraag wat we ertegen kunnen doen. De ervaringen in Duitsland, ook beschreven in “Democratie onder druk: Politieke radicalisering en maatschappelijk onbehagen in Oost-Duitsland”[1], zullen hierbij als achtergrond dienen.

Contents

1 Kenmerken van het populisme. 2

Een homogene, heimelijke elite. 3

Een waarachtig volk vertegenwoordigd door echte democraten. 3

Een ongehoorde meerderheid. 5

Dreiging, verzet en geweld. 5

Complotten. 6

Daadkrachtige leiders. 7

2 Wat verklaart de opkomst van het populisme?. 7

Rechtspopulisten waren er altijd al 7

Controle verlies. 9

Gebrek aan politieke interesse en competenties, alsmede aan mogelijkheden deze te ontwikkelen  14

Ruimte voor praatjesmakers en bullshitters. 15

Sociale media, disinformatie, manipulatie. 16

Maatschappelijk en persoonlijk onbehagen. 16

Onverschilligheid en politieke apathie. 17

3 Hoe kunnen we populisme tegengaan en democratie verder ontwikkelen?. 21

Uitbreiding van de democratie: deliberatie. 21

Politieke vorming. 23

Een einde aan het einde van de geschiedenis. 24

Bevorder sociale gelijkheid. 26

Maak sociale media publiek en ondersteun publieke zenders. 26

Werk nooit samen met, en verbiedt partijen die een onomkeerbaar einde willen maken aan de democratische twijfel 27

Literatuur. 28

1 Kenmerken van het populisme

In veel literatuur wordt populisme in de eerste plaats gedefinieerd als een houding of denkwijze die de bevolking opdeelt in slechts twee groepen: zij daar boven, en wij die door deze elite ongehoord blijven, geminacht worden of zelfs onderdrukt.

Hoewel plausibel, illustreert deze definitie het altijd betwiste karakter van het populisme-concept. Zij maakt met name de onderscheiding met democratie moeilijk. Democratie en democratisering zijn immers ook als een uiterst legitiem, voortdurend streven te begrijpen elites of oligarchieën onder controle te brengen of te houden. De ijzeren wet van Robert Michels leert ons dat oligarchieën, ook in sociaaldemocratische partijen, bijkans onontkoombaar zijn (1911). Het zou tamelijk naïef en onverantwoordelijk zijn het bestaan van elites te ontkennen, of de nooit aflatende noodzaak hun macht te beteugelen.

Een homogene, heimelijke elite

Er is dus meer nodig om populisme te definiëren. Populisten onderstellen niet alleen een tegenstelling tussen een elite en een volk, beide worden bovendien als homogene entiteiten voorgesteld: er zijn binnen deze groepen geen tegenstellingen of conflicten. Politiek, maatschappelijk en cultureel pluralisme worden ontkend en geregeld ook onderdrukt en bestreden.

Wie tot de elite behoren, wordt zelden precies gedefinieerd. De tegenwoordige regering behoort er natuurlijk toe, maar ook de oudere, traditionele politieke partijen. Deze partijen vormen met elkaar een gesloten kartel waarvan de leden dezelfde belangen, waarden en doelen hebben. Gezamenlijk heeft men zich losgekoppeld van het gewone volk. Daarnaast zijn groepen als academici, journalisten, kunstenaars, schrijvers, en “kennisdragers” verdacht. Zij zijn onderdeel van de politieke klasse, of ondersteunen deze, al dan niet heimelijk. Ook ondermijnen zij gezamenlijk de waarheden, tradities, zekerheden van de gewone man en vrouw.  

Omdat de elite niet precies wordt gedefinieerd is er altijd ruimte voor complotvertellingen. De partij of leider die het volk tracht te bevrijden van de elite, kan eigenlijk niet falen: niet waargemaakte beloften kunnen altijd worden verklaard door de stiekeme tegenwerking van een stille, nagenoeg onzichtbare elite. Er is dus bijvoorbeeld een “deep state”, gevormd door anonieme functionarissen die achter de schermen de eigen agenda doordrukken. Ook kan de elite internationaal georganiseerd zijn. Zo zijn de Europese Unie en andere supranationale instellingen projecten van een kosmopolitische bovenlaag tegen de volkssoevereiniteit en tegen nationale culturen, tradities en identiteiten. Hoe dan ook, het volk is het ongehoorde, niet gerespecteerde slachtoffer.

Een waarachtig volk vertegenwoordigd door echte democraten

Gemeen hebben alle populisten bovendien dat zij een “waarachtig” of “echt” volk stellen te vertegenwoordigen. Zij presenteren zich als de redder van de democratie die ondermijnd wordt door de genoemde corrupte bovenlaag. Populisten zijn dus de echte democraten, en zo zien ook hun aanhangers zich: zij zijn geenszins tegen de democratische idee, maar menen dat de bestaande democratie hen negeert en hun wensen en belangen veronachtzaamt. Rechtspopulisten zijn dus geen fascisten “light” die de democratie willen afschaffen, ook al trekken zij beslist ook mensen aan met fascistoïde denkbeelden.

Populisten gaan er vanuit dat het volk homogeen en eensgezind is en ondubbelzinnige, zelden of nooit onderling confligerende belangen en doelen heeft. Populistische leiders en partijen menen te weten welke dat zijn. Democratie betekent dat er door en voor het volk wordt geregeerd en daarom behoren zijn belangen en doelen ongefilterd en compromisloos in beleid te worden vertaald. Gebeurt dit niet, dan wordt de democratie verloochend. Populisten hebben dan ook weinig geduld met de scheiding der machten, alsmede de controle instellingen en mechanismen, die in een pluralistische democratie doelbewust zijn gecreëerd om minderheden te beschermen, om noodzakelijke afwegingen tussen betekenisvolle, maar onvermijdelijk confligerende waarden te garanderen, en om, zelden te rechtvaardigen, radicale, alomvattende en onomkeerbare beleidswijzigingen af te remmen. Het politiek pluralisme dat eigen is aan de liberale democratie verhindert volgens populisten vooral dat de wil van het volk wordt omgezet. Veroveren populisten de macht, dan komen zij derhalve in de regel snel in conflict met instellingen die de deling, spreiding en controle van de macht garanderen.[2] Rechters worden de vijanden van het volk, net als journalisten en politici van oppositiepartijen. Populisten bestrijden daarom actief deze, eerst door hen gedelegitimeerde, lieden en dwingen hen zoveel mogelijk in de pas te lopen met de, slechts door hen begrepen en uitgedrukte volkswil. Zo ontstaat de “illiberale democratie” van Viktor Orbán en Jarosław Kaczyński.    

Populisten geloven voorts sterk in normaliteit, deugdzaamheid en moraliteit, en de bron hiervan is altijd het gewone volk. Zodra de deugden van de zwijgende meerderheid, de eenvoudige lieden, de kleine man, de mensen in het land, Otto Normalverbraucher, Joe Sixpack, Henk en Ingrid, in het middelpunt staan, zal het vaderland weer floreren. “Es geht um das Eigentliche, das Gewachsene, das Richtige“, schrijft Marcel Lewandowsky  (2024: 59). Alleen degenen die de gewone mensen waarlijk verstaan en hun voorstellingen van goed en slecht, juist en onjuist, normaal en abnormaal delen, kunnen het volk werkelijk representeren. En vanuit het begrip wat normale mensen drijft, kunnen politieke beslissingen worden genomen die door het volk worden gedragen.

Binnen het populisme is aldus een anti-intellectualistische, nativistische en romantische grondtoon te horen. De lokale traditie, eigenheid en identiteit worden niet alleen bedreigd geacht door buitenlandse machten, migranten en vluchtelingen, maar ook door academici, journalisten, kunstenaars, grootstedelingen, kosmopolieten en andere dragers van twijfel, onderzoek, verandering, pluralisme en universalisme. Deze actoren dragen bovendien de ontwikkeling, verscheidenheid en gelijkwaardigheid van alternatieve identiteiten uit. Zij worden elitisme en arrogantie toegeschreven, alsmede een fundamenteel gebrek aan inzicht in en respect voor het leven van het gewone volk. Dit leven is gebonden aan lokale, veelal eeuwenoude tradities en biedt waarheden en wijsheden die ontheemde, wereldvreemde intellectuelen ontberen.

Een waardevolle, maar bedreigde culturele traditie is bijvoorbeeld de echte man. Echte mannen zijn zelfbewust, dominant, masculien, agressief, succesvol. Vrouwen vallen van nature op deze winnaars. Zij willen hun genen immers niet doorgeven aan zwakkelingen en mislukkelingen. Andrew Tate is hier niet de enige influenceer: er bestaat een uitgebreid, internationaal netwerk van dergelijke internet-zelfhulpadviseurs voor jongens die geen meisje kunnen krijgen, de zogenaamde manosphere. Gezamenlijk hebben zij de pijlen gericht op alles wat veronderstelde mannelijkheid ondermijnt: Woke, Cancel-culture, gender, emancipatie, feminisme, LGTBQ+.[3] Ook in de Alternative für Deutschland wordt mannelijkheid nadrukkelijk gepropageerd. In 2024 verklaarde de reeds eerder aangehaalde Maximalian Krah op TikTok: “Echte Männer sind rechts, echte Männer sind Patrioten… Dann klappt’s auch mit den Freundin… Schau keine Pornos, wähl nicht die Grünen, geh raus an die frische Luft, steh zu dir, sei selbstbewusst, guck geradeaus“ (geciteerd door Lewandowsky 2024: 123).

Een ongehoorde meerderheid

Ook al zijn er voor hun standpunten zelden meerderheden te vinden, menen populisten voortdurend (meestentijds zwijgende) meerderheden te vertegenwoordigen. Een ieder heeft de neiging te overschatten hoezeer zijn of haar mening wordt gedeeld door anderen, maar het populisme versterkt het gevoel tot een meerderheid te behoren, die zwijgt, omdat zij onderdrukt wordt. “Heel veel mensen zijn het met mij eens” en “ik spreek namens vele anderen”, valt dan samen met “in dit land mag je niets meer zeggen”. In 2024 was 30% van de Duitsers het bijvoorbeeld eens met de stelling: “In Deutschland kann man nicht mehr frei seine Meinung äußern, ohne Ärger zu bekommen.“ Nog eens 14% kon deze stelling deels onderschrijven (Brettschneider 2024). Het is evident dat met name sociale media, waar populisten in de regel uiterst succesvol zijn, deze schijnconsensus bevorderen. De algoritmen werken in de hand dat men vooral, of zelfs uitsluitend, in contact komt met meningen en mensen uit dezelfde echoput. Na enige tijd ontstaat aldus de onvermijdelijke indruk tot een zwijgende, overgrote meerderheid te behoren, die door de gevestigde media en partijen echter doelbewust wordt doodgezwegen.

Naar het gevoel van populisten gaat het er de elite eigenlijk steeds om haar grip op het gewone volk te vergroten. Niet alleen door wet- en regelgeving, zoals gebeurde ten tijde van de Coronapandemie en bijvoorbeeld geschiedt door milieumaatregelen, maar ook door te bepalen wat gezegd mag worden en wat niet. Politici, wetenschappers, journalisten zijn er allemaal op het uit de gewone man de mond te snoeren en zijn authentieke levenswijze en -wijsheden te ondermijnen. De meerderheid blijft ongehoord, of zwijgt.

Dreiging, verzet en geweld

In het algemeen heerst er onder populisten het gevoel bedreigd te worden. Op deze dreiging moet acuut en frontaal worden gereageerd. Het gebezigde, van emoties overlopende taalgebruik is hieraan aangepast. Er is sprake van een crisis, een tsunami, een ondergang, een overlevingsstrijd, er moet weerstand worden geboden, er moet worden gevochten. In overeenstemming hiermee zien populisten concurrerende politieke partijen en politici doorgaans niet als tegenstrevers in een democratische strijd om de kiezersgunst die men soms wint en soms verliest. Zij worden in plaats daarvan gedelegitimeerd als bedriegers en vijanden van het volk, waarmee zij niets gemeenschappelijks hebben. Groot is dan ook geregeld de bereidheid om geweld te gebruiken. Nep-parlementen kunnen worden bestormd bij tegenvallende verkiezingsuitslagen, tegenstrevende politici kunnen worden bedreigd, fysiek worden aangevallen, of zelfs vermoord. Het aantal beledigingen en intimidaties van, en geweldsdelicten tegen politici neemt daarom ook in Duitsland sterk toe, en doet velen besluiten de politiek achter zich te laten. Vooral het rechts-populistisch gemotiveerde geweld groeit hierbij (Bundeskriminalamt 2024; KFN 2025).

Bezoekt met de internetpagina’s waar de populisten elkaar treffen, dan ziet men een grote rechtvaardiging van en bereidheid tot het gebruik van geweld (Blokland 2025: 87ff). Zij daar boven hebben ons van alles aangedaan en daarvoor moeten zij nu boeten. Individuen kunnen zich hierdoor gelegitimeerd voelen verbaal en digitaal te keer te gaan, brand te stichten, te moorden. Het gaat hierbij niet noodzakelijk om “eenzame wolven”. Zij radicaliseren zich in een door een collectief gedragen discours (Lewandowski 2024: 164ff).

Claudia Neu en anderen hebben de politieke gevolgen onderzocht van eenzaamheid onder jongeren. Deze was tijdens de coronapandemie enorm toegenomen. Eenzaamheid blijkt rechtspopulisme en de bereidheid geweld te gebruiken te versterken. De onderzoekers stelden vast: “bei Menschen, die sich häufig einsam, unverbunden und unverstanden fühlen, ist die Wahrscheinlichkeit höher, dass sie Verschwörungserzählungen glauben, politische Gewalt billigen und autoritären Haltungen zustimmen“ (2023: 4). Met de stelling „Manche Politiker haben es verdient, wenn die Wut auf sie manchmal in Gewalt umschlägt” was 25 % van de niet-eenzamen het eens (hetgeen reeds een opmerkelijk hoog percentage is), en maar liefst 34 % van de eenzamen. Eenzaamheid is in het algemeen een enorm maatschappelijk probleem, en blijkt samen te hangen met wantrouwen van maatschappelijke en politieke instellingen, autoritaire attituden en het geloof in complotvertellingen (Lane 2000; Entringer 2022; Bücker 2022; Kersten, Neu en Vogel 2025).

Complotten

Populisten zijn sterk ontvankelijk voor complotten, werd reeds opgemerkt. De voortdurende confrontatie met economische, sociale, culturele en politieke veranderingen waarvoor men nooit expliciet heeft gekozen, en de zekerheid dat een enkelvoudige, samenhorige elite de wereld beheerst, verklaren deze ontvankelijkheid: er zijn machten die de wereld heimelijk en tegen de zin van het volk regeren. Dit geloof in donkere machten is wijdverspreid en daarmee is het potentieel waaruit populistische partijen kunnen putten groot. 23% van de Duitsers onderschrijft de stelling „Es gibt geheime Organisationen, die großen Einfluss auf politische Entscheidungen haben“, 17% meent dat hierin een kern van waarheid zit. 21% is het eens met de stelling “Politiker und andere Führungspersönlichkeiten sind nur Marionetten dahinterstehender Mächte”, 22% kan hiermee deels instemmen. Slechts 51% verwerpt de stelling “Die Regierung verschweigt der Bevölkerung die Wahrheit”. Keer op keer zijn de percentages in Oost-Duitsland echter bijna twee keer zo hoog als in het Westen. Van de Oost-Duitsers onderschrijft bijvoorbeeld 33% de these “Die Medien und die Politik arbeiten Hand in Hand, um die Meinung der Bevölkerung zu manipulieren“. In West-Duitsland is dit percentage “slechts” 19%  (Brettschneider 2024).

Daadkrachtige leiders

Tot slot is er doorgaans binnen het populisme een cult van een krachtige leider die het volk werkelijk begrijpt en vertegenwoordigt. Er is zelden sprake van een goed georganiseerde politieke partij met een uitgewerkt, doordacht politiek program ter oplossing van duidelijk gedefinieerde maatschappelijke problemen. Evenmin wordt er, wanneer men aan de macht is, geïnvesteerd in maatschappelijke instituties en structuren om sociale en politieke problemen blijvend het hoofd te bieden. De populistische partij kan daarom zowel razendsnel opkomen, als razendsnel verdwijnen. De aanwezigheid en de populariteit van een charismatische leider is vaak bepalend. Men denke aan uiteenlopende politici als Fortuyn, Wilders, Berlusconi, Orbán, Milei, Modi, Trump, Johnson, Farage, Le Pen, Bolsonaro, Babiš, of Fico. De Duitse Alternative für Deutschland is hierop echter een uitzondering: er is een ontwikkelde partijorganisatie en er is (nog) geen leider die zelfstandig een grote electorale aantrekkingskracht geniet. De partij kan het zich zelfs veroorloven aangevoerd te worden door een lesbienne, die getrouwd is met een gekleurde migrant uit Sri Lanka en in Zwitserland woont.[4] Dat neemt niet weg dat ook voor de AfD geldt, dat inhoudelijke bijdragen aan het debat hoe maatschappelijke problemen concreet moeten worden opgelost, nagenoeg afwezig zijn.

2 Wat verklaart de opkomst van het populisme?

Rechtspopulisten waren er altijd al

Hoe kunnen we de tegenwoordige aantrekkingskracht van het populisme duiden? In de eerste plaats is het simpelweg zo dat een niet onbelangrijk deel van de bevolking in westerse democratieën rechts-populistische of extremistische opvattingen koestert. Zo is in Oost-Duitsland 10,5% van de bevolking de mening toegedaan, dat Duitsers van natuur uit superieur zijn aan andere volkeren; een additionele 21% keurt deze stelling niet af (Decker, Kiess en Brähler 2023).[5] 41% meent dat buitenlanders alleen naar Duitsland zijn gekomen om van de sociale voorzieningen te profiteren; en 21% ondersteunt deze opvatting latent. 26% meent dat Duitsland behoefte heeft aan een eenheidspartij die de volksgemeenschap als geheel vertegenwoordigt; latente ondersteuning krijgt deze stelling van 25% van de respondenten. 15% meent dat Duitsland een Führer (ik laat de in de survey gebruikte term maar onvertaald) nodig heeft, die voor het welzijn van allen met sterke hand regeert; een additionele 19% keurt deze stelling niet af. En een manifeste ondersteuning van 12,4% is er voor de stelling “Net als in de natuur zou in de samenleving altijd de sterkste de overhand moeten hebben”; 22,5% ondersteunt deze stelling latent. Ook leerzaam: 44% van de AfD-stemmers en 24% van onze oosterburen gezamenlijk onderschrijft de stelling, “Andere volkeren hebben misschien belangrijke dingen bereikt, maar deze halen het niet bij Duitse prestaties” (Bocksch 2024).

Mensen met dit soort opvattingen waren er altijd al, maar konden of wilden tot voor kort niet op partijen stemmen die deze tot uiting brachten. Dit omdat deze partijen er niet waren of, zoals in Duitsland, niet over de kiesdrempel kwamen. Mogelijk is ook dat deze mensen voorheen hun stem niet verloren wilden laten gaan door op een rechts-populistische partij te stemmen, omdat alle andere partijen voorshands ondubbelzinnig hadden verklaard nooit met deze partij samen te werken. Ook kan het zijn dat de betrokkenen in het verleden nog op partijen stemden die waarden of belangen vertegenwoordigen die toentertijd hoger in hun waardenhiërarchie stonden. Naarmate deze naar hun gevoel meer zijn gerealiseerd (bestaanszekerheid of economische voorspoed, bijvoorbeeld), worden andere houdingen (autoritarisme, xenofobie, racisme, seksisme) meer bepalend in hun partijkeuze. Nog een mogelijkheid is dat deze mensen in het verleden het gevoel hadden hun opvattingen te moeten verheimelijken. Omdat het hele politieke spectrum naar rechts is opgeschoven, is dit niet langer het geval. Rechts-populistische opvattingen zijn maatschappelijk in toenemende mate geaccepteerd en gelegitimeerd (zie voor Duitsland: Zick et al 2019, 2025). Hoe dan ook, de betrokkenen zijn niet tot hun standpunt door populistische partijen en leiders gebracht, ze waren altijd al de mening toegedaan dat buitenlanders, vluchtelingen, mensen met een vreemde huidskleur, homoseksuelen, geëmancipeerde vrouwen (en mannen), Joden, werkelozen, democraten, en gestudeerde types niet deugden.

Het is niet zo dat de jeugd de toekomst heeft en dat de haters vanzelf door sterfte van het toneel verdwijnen. Eind 2022 hebben Sturzbecher en Pöge 3142 scholieren in Brandenburg in de leeftijd van 12 tot 23 jaar gevraagd naar hun opvattingen. Bijna een kwart was van mening dat het nationaalsocialisme “ook zijn goede kanten had” en dat de Duitsers “superieur zijn aan andere volkeren”. 44% van de jongeren was het “eerder” of “volledig” eens met de stelling dat er in Brandenburg te veel “buitenlanders” zijn. Op de these “De buitenlanders zijn een verrijking voor de cultuur in Duitsland” antwoordde 14% “klopt helemaal niet” en 42% “klopt eerder niet”. Ongeveer een derde van de ondervraagden was volgens de onderzoekers “xenofoob”. En op basis van hun “index voor rechts-extremisme” kwamen zij tot de conclusie dat ruim 14% van de jongeren als zodanig kon worden aangemerkt.

Uiteraard heeft dit gevolgen voor het kiesgedrag. Bij de verkiezingen voor de Landtag in Brandenburg in september 2024 was de AfD onder jongeren van 16 tot 24 jaar veruit de grootste partij (31%). De SPD en de Groenen kwamen niet verder dan 19, respectievelijk 6%. Hoe ouder de mensen, hoe minder geneigd extreem te kiezen. Onder de zeventigplussers, bijvoorbeeld, haalde de SPD 49% van de stemmen, waarmee ze drie keer zo groot was als de AfD. Het gebruik van sociale media is één van de verklaringen hiervoor: hoe meer tijd hieraan besteedt, hoe extremistischer. Zoals bekend, zijn vooral jongeren op deze media onderweg.

Uit onderzoek blijkt verder dat wanneer mensen beginnen te haten, hun toorn zich niet exclusief op een enkele groep, maar op alle mogelijke groepen richt (Zick, Küpper en Berghan 2019: 69). Daarom heeft het weinig zin om bijvoorbeeld uitsluitend antisemitisme te bestrijden: de haat richt zich niet uitsluitend op joden, maar op allen die afwijken van wat de betrokkenen als “normaal” of “anständig” ervaren. In Duitsland als geheel wordt overigens veel meer gediscrimineerd op basis van huidskleur, afkomst, sekse en religie dan in andere lidstaten van de Europese Unie (Brandt 2023). De bronnen van deze intolerantie liggen onder meer in de (vooral tijdens de jeugd gevormde) persoonlijkheid (de betrokkenen hebben bijvoorbeeld te weinig affectie en emotionele zekerheid ervaren), de familiaire achtergrond (ouders, grootouders en andere familieleden geven waarden en houdingen door), en de lokale cultuur. Men kan de desbetreffende houdingen veranderen, maar dit gelukt zelden gedurende een enkele kabinetsperiode.

Het is dus te kort door de bocht om een partij als de AfD louter en alleen als een inhoudsloze protest partij te zien, benadrukt Lewandowsky (2024: 217ff) terecht. Veel (niet alle) mensen die AfD (of Wilders, Baudet, Le Pen, Farage, Trump, Orbán, Meloni, Kickl, enzovoorts) stemmen, hebben overtuigingen die overeenstemmen met het beleidsprogram van deze partij. Ze zijn tegen migranten en vluchtelingen, ze denken dat er menselijke rassen zijn, ze geloven in het bestaan van authentieke volken die geworteld zijn in traditie, land en afkomst, ze zijn tegen globalisering, tegen Europa, tegen het feminisme, tegen LGTBQ+, tegen veranderingen van traditionele rolpatronen, ze wijzen het bestaande politieke systeem af, ze zijn autoritair ingesteld, ze zijn tegen politiek pluralisme, en ze willen krachtdadige leiders. Hoeveel er van deze mensen zijn, verschilt van land tot land en van streek tot streek. Er zijn ook sterke aanwijzingen dat het betreffende gedachtengoed zich uitbreidt naar het midden van de samenleving (Mullis 2024; Zick et al 2019, 2025). In Oost-Duitsland, in het voormalige Pruisen, geniet het tamelijk veel ondersteuning. De betreffende gebieden zijn overigens geruisloos, via de achterdeur van West-Duitsland, onderdeel geworden van de Europese Unie. Men kan zich afvragen of hierover niet eerst een brede maatschappelijke discussie gevoerd had moeten worden. Wil Europa dit volk er wel bij hebben? Hadden we Duitsland geen voorwaarden moeten stellen, zoals wij dit ook met betrekking tot andere aspirant leden hebben gedaan en nog altijd doen? Voor het geval dat de lezer denkt dat ik hier ironisch ben: ik ben bloedserieus.   

Controle verlies

Er zijn ook mensen die uit andere motieven dan de bovenstaande op rechts-populistische partijen stemmen. Welk, veelal onbestemd, maatschappelijk onbehagen boren populisten succesvol aan? Een belangrijke variabele lijkt hier het onder burgers wijdverbreide gevoel te zijn de controle over de maatschappelijke ontwikkelingen en hiermee deels het eigen leven te hebben verloren. Oost-Duitsland is hier een leerzaam laboratorium.

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de overname van Oost- door West-Duitsland in 1990 vielen economie en maatschappij in de voormalige DDR uiteen. Bedrijven moesten plotseling concurreren op een westerse markt en gingen massaal failliet. De werkgelegenheid daalde van circa 9,6 miljoen personen eind 1989 tot ongeveer 6,1 miljoen medio 1993, een verlies van ongeveer 3,5 miljoen arbeidsplaatsen. De industriële productie lag in 1992 ongeveer 73% onder het niveau van 1989 (Priewe 1993; Brinkmann en Wiedemann 1995). Van de Oost-Duitsers werkte in 1994 nog maar 25% in dezelfde instelling als in 1989 en was maar 18% ononderbroken werkzaam geweest (Mullis 2024: 163). Velen werden werkeloos (rond 20% van de arbeidsbevolking in het midden van de jaren negentig), moesten banen onder hun niveau aanvaarden, gingen met vervroegd pensioen, of trokken weg. Twintig tot dertig per cent van de inwoners van landen als Brandenburg en Sachsen-Anhalt braken op naar West-Duitsland. Plaatsen als Eisenhüttenstadt, Nauen of Frankfurt/Oder verloren meer dan de helft van hun ingezetenen. Veelal vertrokken vooral de beter opgeleiden, de jongeren, de meest ondernemende en sociaal geëngageerde mensen. Het sociale en civiele leven stortte hierdoor eveneens in, of ontwikkelde zich niet. Kinderdagverblijven en scholen sloten voorts door een gebrek aan kinderen, sportverenigingen sloten door een gebrek aan leden, bakkerijen en slagers verdwenen door een tekort aan klanten. Mensen zagen de waarde van hun huis dalen, omdat het huis van de buren leegstond en omdat niemand meer leek te investeren in zijn eigendom. Wanneer de neerwaartse spiraal eenmaal is ingezet, is er vaak gaan houden meer aan. Er zijn steeds minder geëngageerde burgers, gedreven lokale politici, ondernemers, brandweermannen, consumenten, en steeds meer ouderen, zieken, alleenstaanden, eenzamen en hulpbehoevenden. Er ontstaat een gevoel van malaise, van in de steek te zijn gelaten, van verraad.

Vanaf 2015 reisde Peter Maxwill door Duitsland in een poging te begrijpen waarom zo velen tot rechts-populistische posities afgleden. Hij vond een “Land inmitten einer kollektiven Identitätskrise” (2019: 10; cf. Mullis 2024: 57).  Wanneer hij de fanatieke demonstraties tegen een vluchtelingenonderkomen in het Saksische Freital gadeslaat, vraagt Maxwill zich af:

“Gut möglich, dass es bei den Protesten … eigentlich nicht um Flüchtlinge geht – sondern um etwas, für das der Groll auf die neuen Nachbarn eine Art Ventil ist. Womöglich ist es ein diffuses Gefühl des Vergessen- und Abgehängtseins, das über Jahre zu massiver Wut herangegoren ist. Wut aus Einsamkeit. Es ist ein Gefühl, für das es in manchen Gegenden der Republik durchaus eine faktische Grundlage gibt: Viele Tausend Menschen haben in den vergangenen Jahren Dörfer und Kleinstädte verlassen, zwei Fachbegriffe haben sich deswegen zu Modewörtern gewandelt: Demographie und Strukturwandel. Manche Regionen veröden regelrecht, sterben wie altersschwache Löwen einen langsamen Tod“ (2019: 19-20).

De politieke polarisering heeft volgens Maxwill aldus een oorsprong in de hereniging. De burgers in het Oosten werden door kanselier Helmut Kohl bloeiende landschappen beloofd, en daarvan is weinig terecht gekomen.[6] Men kan de woede in het Oosten alleen begrijpen wanneer men er oog voor heeft, schrijft hij,

“dass Millionen DDR-Bürger in einem Unrechts- und Obrigkeitsstaat sozialisiert wurden – und sich nach 1990 in einem Labor neoliberalen Gesellschaftsumbaus wiederfanden“ (2019: 253-4).

Conservatieven en socialisten deelden tot ver in de twintigste eeuw het sociologische inzicht, dat de meeste mensen een sterke behoefte hebben aan zekerheid, continuïteit, voorspelbaarheid, overzichtelijkheid, traditie, gemeenschap, alsmede een dominante, zin en richting gevende identiteit en maatschappelijke vertelling. Enerzijds begroetten progressieven het Verlichtingsdenken omdat het de emancipatie van het individu mogelijk maakte van oude, knellende vormen en gedachten. Anderzijds was altijd het besef aanwezig dat rationalisering en individualisering de gemeenschappen kan ondermijnen waarin de meeste mensen gedijen. Een van de lessen van de jaren dertig in de twintigste eeuw was dat de onzekerheden waaraan mensen bloot gesteld worden door de vrije markt getemperd moesten worden door collectieve verzekeringsarrangementen. De verzorgingsstaten die zich na de tweede wereldoorlog tot de jaren tachtig ontwikkelden zijn nog altijd een hoogtepunt in de menselijke beschaving. Zij boden de gewenste zekerheden, lieten niemand achter en hadden een (consumentistisch) verhaal waarin velen lange tijd geloofden: het zal alleen maar opwaarts gaan en de kinderen krijgen het nog beter.

De opkomst van het neoliberalisme binnen traditionele conservatieve partijen als de Amerikaanse Republikeinen en de Engelse Conservatieven, alsmede de gelijktijdige neergang van de Sovjet-Unie en haar satellietstaten in Oost-Europa, ontketenden de markt in belangrijke mate van overheidsinterventies. Privatisering, deregulering, afslanking, vermarkting, globalisering werden de leidmotieven, ook voor sociaaldemocraten, die zich lieten intimideren door de ideologische vertelling, dat de instorting van de planeconomie in het Oosten en de val van de muur het gelijk van het marktliberalisme zou hebben bewezen. Het leidde tot economische shocktherapieën in Oost-Europa, met maatschappelijke en politieke gevolgen waarmee wij tot de dag van vandaag te kampen hebben (Blokland 2006).

Snelle en diepgaande culturele, technische, sociale en economische veranderingen waarop de politiek geen grip lijkt te hebben of die zelfs door de politiek worden aangemoedigd, lijken een belangrijke rol te spelen in de opkomst van het populisme, zeker in landen die deze veranderingen in een nog hoger tempo hebben moeten ondergaan dan gemiddeld. Liberale, kosmopolitisch georiënteerde en meer en meer door identity-politics gedreven elites ondermijnden in de laatste decennia de sociaal-economische zekerheid van vooral mensen in de onderste sociale strata door marktkrachten toe te laten in steeds meer levenssferen en lokale economieën bloot te stellen aan de krachten van een globaliserend kapitalisme. Evenzo ondermijnden zij de geslotenheid en bestendigheid van lokale culturele gemeenschappen. Het is geen toeval dat, zeker in Oost-Duitsland, vooral de sociaal-democraten het moeten ontgelden: in plaats van de mensen aan de onderkant van de samenleving te beschermen tegen ongebreidelde marktkrachten hebben zij in de jaren negentig deze krachten omarmd; men denke hier aan “New Labour” van Tony Blair, de “Agenda 2010” van Gerhard Schröder en de paarse kabinetten waartoe de PvdA zich in Nederland liet verleiden. 

Aan deze sociaaleconomische transformaties is de laatste twee decennia een eindeloze reeks crises toegevoegd. Zonder volledig te zijn, kunnen we denken aan de kredietcrisis, de Eurocrisis, de vluchtelingencrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, de Coronacrisis, de wooncrisis, de Ukraineoorlog, de Gazaoorlog, de Iranoorlog, en vandaag hebben we bijna iedere dag een nieuwe crisis, veroorzaakt door een vleesgeworden crisis in het Witte Huis: tolheffingen, handelsoorlogen, het opblazen van de NATO en andere internationale organisaties, (aangekondigde) overnames van, of aanvallen op, Groenland, Canada, Venezuela, Iran, Cuba. Het vergt moed tegenwoordig ’s morgens een krant open te slaan.  

De politicoloog Daniel Mullis interviewde vanaf 2019 langdurig vijftig mensen in vier verschillende wijken van Frankfurt am Main en Leipzig waar relatief veel op de AfD wordt gestemd. Deze oorden waren vroeger zekere, homogene, stabiele, en relatief welvarende arbeiderswijken. Mullis vroeg hoe het de mensen verging, wat hun angsten en frustraties waren en wat zij zich voor de toekomst wensten. Met betrekking tot deze wensen, merkt hij op:

“Wenn überhaupt etwas genannt wird, dann Normalität, Planbarkeit und Stabilität. Es solle wieder so sein, wie es einst war” (2024: 16). „[B]ei sehr vielen Menschen [nimmt] die Verunsicherung und Unruhe zu, was aktuell offenkundig die regressive Sehnsucht nach einer homogeneren, sicheren und übersichtlicheren Welt wachsen lässt“ (2024: 129). En: „In den Gesprächen scheinen insgesamt Glück, Stabilität und Aufstiegschancen in der Vergangenheit verortet zu werden, während die Zukunft in der Tendenz als unsicher wenig planbar und mit großen Veränderungen verbunden wird“ (2024: 152).

De zekerheden van de middengroepen van de samenleving zijn sinds de jaren tachtig en negentig langzaam opgelost, constateert ook Mullis. De ongelijkheden in inkomen en vermogen zijn belangrijk gegroeid, de precariteit is sterk toegenomen, de hoop en verwachting dat het steeds beter zal gaan is vervlogen, gevoelens van eenzaamheid zijn wijdverbreid, alsmede de angst voor het maatschappelijk afglijden. Alle geïnterviewden zien volgens Mullis een neergang van de economie, welstand en macht van Duitsland, alsmede een afnemend Duits cultureel besef. Velen achten Duitsers ook minder vlijtig, betrouwbaar en deugdzaam als in het verleden (2024: 157-160). De geïnterviewden zijn niet toekomstgericht, maar idealiseren het verleden als een tijd met minder conflicten, duidelijke verhoudingen, meer overzichtelijkheid en zekerheid. De ondertoon in alle gesprekken is: “vroeger was het beter”.  Mullis schrijft:

Im Wesentlichen drückt der Blick zurück in West wie Ost die Sehnsucht nach einem harmonischen Ort mit weniger Konflikten, weniger Pluralität, klareren Ordnungen und vor allem Sicherheit und Normalität aus…  Angesichts der Krisen Erfahrungen im jetzt tendieren die Menschen dazu, ihr Heil in der vermeintlich bekannten und sicheren Vergangenheit zu suchen (2024: 161).

De genoemde crises van de laatste jaren zijn niet de oorzaken van de gevoelens van onzekerheid en angst, maar zijn katalysatoren. Zij versterkten de ervaringen en gevoelens die vanaf het einde van de jaren tachtig het maatschappelijke midden omstructureerden. Het gaat, schrijft Mullis, in de kern om,

„die neoliberale marktförmige Individualisierung, die Verschärfung des Wettbewerbsdrucks, Entsolidarisierungsdynamiken sowie der Verlust gesellschaftlicher Utopien bei gleichzeitiger Pluralisierung und auch fortschreitender Ausdifferenzierung der Gesellschaft“ ( 2024: 37).

Ook werd in de interviews duidelijk dat de overtuiging niet gehoord te worden, politiek geen gewicht te hebben, zich sterk in het midden van de samenleving uitbreidde. De mensen constateerden grote maatschappelijke veranderingen, en hadden tegelijkertijd het gevoel deze niet of nauwelijks te kunnen beïnvloeden of sturen:

„Das Gefühl, selbst keine Handlungsmacht zu haben, ist in den Gesprächen insgesamt sehr präsent und wird immer wieder … vorgetragen“ (2024: 167).

Het gevoel niet te worden gehoord en zelf geen invloed te kunnen uitoefenen, gaat gepaard met een ontevredenheid over de bestaande democratische processen en instellingen, en draagt sterk bij het versterken van rechts-populistische of -extremistische houdingen en ideeën. Slechts de rechtspopulisten beloven normaliteit en stabiliteit, en stellen exclusief het volk te vertegenwoordigen. Waaraan het in alle vertellingen van de geïnterviewden duidelijk ontbrak, stelt Mullis afsluitend,

“sind (kollektive) politische Visionen. Viele suchen individualisiert nach Lösungen für die gestellten Herausforderungen, und die Frustration nimmt zu, wenn diese – wie allzu oft – nicht zu finden sind. An dieser Stelle vermag die Rechte mit ihren ressentimentgeladenen Erzählungen und dem damit verbundenen Versprechen, Normalität und Ordnung wiederzustellen, zu punkten; sie gewinnt für die Menschen eine gelebte Plausibilität“ (2024: 16).

Migratie en de daaruit volgende multiculturele samenlevingen worden in dit verband evenzo als controleverlies waargenomen. Plotseling, zo leek het, stonden er in 2015 meer dan een miljoen vluchtelingen uit vooral Syrië en Afghanistan aan de Duitse grens. Er was geen tijd om de mensen hierop voor te bereiden, het is gewoon gebeurd. Een gewenste brede maatschappelijke discussie over migratie en vlucht is er in Duitsland nauwelijks gevoerd. In plaats van migratie bijvoorbeeld te framen als een welkome ondersteuning voor een land waar in het komende decennium dertig per cent van de arbeidende bevolking met pensioen gaat (nog een crisis), werden de migratiegolven vooral neergezet als crises die slechts uit humanitaire overwegingen ondergaan en overwonnen moesten worden (en dan vooral door de mensen die de migranten als nieuwe buren mochten verwelkomen). Vervolgens ontbrak er, goeddeels tot de dag van vandaag, een plan over hoe deze mensen geïntegreerd moesten worden (Blokland 2024). De afwezigheid hiervan leidt weer tot allerhande andere reële of gevoelde crises.

Gebrek aan politieke interesse en competenties, alsmede aan mogelijkheden deze te ontwikkelen 

Een andere belangrijke oorzaak van het tekort aan politieke competenties is het verdwijnen van de platforms waar democratie in de praktijk kan worden geleerd, door deel te nemen aan democratische besluitvormingsprocessen: het lidmaatschap van politieke partijen, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties neemt af, en steeds meer organisaties worden geleid door professionals (van sportverenigingen tot universiteiten). Bovendien is de ontwikkeling van democratische structuren op andere terreinen nooit van de grond gekomen. Men denke hier vooral aan economische democratie.

Een hiermee samenhangende oorzaak van het opkomende populisme is het tekort aan politieke kennis en competenties. Het is merkwaardig dat vele democratieën nauwelijks aandacht besteden aan politieke vorming, alsof democratie een hobby is, vergelijkbaar met voetbal of tuinieren. Dit geldt ook voor Duitsland (Blokland 2025: 111 ff). Wanneer de maatschappelijke en politieke complexiteit toenemen, constateerde Karl Mannheim (1940) reeds enige tijd geleden, zouden in een democratie ook de politieke competenties moeten groeien, wil zij overleven. Dat is echter niet het geval. Ondanks een stijgend scholingsniveau, lijken de politieke kennis en vaardigheden van mensen die steeds minder lezen en zich meer en meer amuseren met beeldschermen, voortdurend af te nemen.

Mensen geven ook steeds minder aan geïnteresseerd te zijn in wat zich in de wereld afspeelt. Het Commissariaat voor de Media laat sinds 2018 in Nederland het gebruik van media onderzoeken. Het verantwoordelijke Reuters Institute for the Study of Journalism verricht het onderzoek tevens in 47 andere landen. In het rapport van 2026 constateert het commissariaat: “Interesse in nieuws is sinds de start van de metingen in 2018 gestaag gedaald. In 2018 zei nog 61 procent van de Nederlanders van 18 jaar en ouder (heel) erg geïnteresseerd te zijn in nieuws, inmiddels is dat teruggelopen naar 45 procent. 14 procent zegt (helemaal) niet geïnteresseerd te zijn in nieuws. In 2018 was dit nog 4 procent. Met name bij jongeren, specifiek jonge vrouwen, is interesse in nieuws gedaald” (2026: 10-11). 

Uit het volledige Digital News Report 2026 van het Reuters Institute blijkt dat de interesse in nieuws in alle onderzochte landen afneemt, en geregeld zeer sterk. Meer en meer mensen, met name jongeren, geven bovendien aan dat vooral sociale media hun belangrijkste nieuwsbron vormen. De autoren stellen: “at the global level (averaging across 48 markets) social media and video networks are for the first time the single most widely used way of accessing online news (used by 54% of all respondents), ahead of news organisations own websites and apps (51%). This shifting composition of news consumption is happening among all age groups” (2026: 6). De paradox is dat mensen wereldwijd tegelijkertijd aangeven de betrouwbaarheid van de sociale media gering in te schatten. In Nederland vormen sociale media inmiddels voor 33 procent van de 18 tot 34-jarigen de belangrijkste nieuwsbron. In 2018 was dit nog 20 procent. Ook blijkt dat mensen in toenemende mate het nieuws kijken, in plaats van erover te lezen. Het geschreven woord in boeken tijdschriften en kranten neemt in het algemeen reeds decennia in de westerse wereld in betekenis af.

Ruimte voor praatjesmakers en bullshitters

Wanneer mensen in afnemende mate (willen) begrijpen hoe de wereld functioneert, ontstaat meer en meer ruimte voor praatjesmakers. Kenmerkend voor veel populisten is hun weerzin van expertise, kennis en claims op objectiviteit, intersubjectiviteit of plausibiliteit. Deze weerzin treft wetenschapsbeoefenaren, intellectuelen, beroepspolitici, journalisten, vaklieden en andere kennisdragers. Zij allen maken zich schuldig aan arrogantie en elitisme. Hun dedain voor het gewone volk kleden zij onder meer in culturele voorkeuren, spraakgebruik en omgangsvormen. Populisten komen ook in deze zin op voor het gewone, onwetende volk.

Donald Trump is hier representatief. Hij heeft geen enkel respect voor waarheid of integriteit en is wat de filosoof Harry Frankfurt (2005) een typische “bullshitter” noemt. Een leugenaar onderscheidt nog altijd tussen waarheid en onwaarheid. Ergens weet hij wat waar of onwaar is, hij probeert de waarheid te verbergen, hij kan zich betrapt voelen op het vertellen van een leugen, hij kan zich ontmaskerd voelen. Een bullshitter spant zich niet in waarheid van onwaarheid te onderscheiden. Het maakt hem helemaal niets uit. Een bullshitter is aan de zijde van de waarheid, noch aan die van de leugen. Of datgene wat hij zegt de werkelijkheid recht doet, is voor hem irrelevant. Het gaat er slechts om of dat wat hij beweert, de vervulling van zijn wensen, belangen en doelen dichterbij brengt. Bepalend is dus de uitwerking van een uitspraak, niet of deze empirisch of logisch kan worden gerechtvaardigd. Tegen de tijd dat slachtoffers zich realiseren dat een uitspraak onmogelijk kan worden onderbouwd, worden ze reeds met volgende onwaarheden gebombardeerd, totdat ze murw zijn gebeukt en de rationele discussie, de uitwisseling van argumenten, opgeven. Het is hopeloos. Het sterkst mogelijke wapen van een democraat – het betere argument – is hiermee onschadelijk gemaakt.

Bij het vertellen van bullshit wordt niet louter dankbaar gebruik gemaakt van de onwetendheid van het publiek. Door tegenstanders met onjuiste informatie in een hoek te drijven, kan men ook zijn medestanders aan zich binden, zelfs wanneer deze eveneens weten, dat de informatie onjuist is (cf. Kenyon 2025). Men laat zijn medestanders zien net als zij een diepe minachting te hebben voor alles waarvoor de vijand staat, inclusief zijn betere argument. 

De overtuiging dat iedereen een expert is, heeft tot gevolg dat iedere iets dieper gaande analyse van de wereld waarin wij ons bevinden, als snobisme en arrogantie kan worden afgedaan. Iedere populist wordt daarentegen verwelkomd als “een van ons”, als iemand die ons, het volk, werkelijk begrijpt en respecteert. Iedere populistische duiding van problemen wordt evenzo op dezelfde voet geplaatst als duidingen van mensen die men vroeger als “autoriteit”, “expert”, “wetenschapper” of “intellectueel” pleegde te kwalificeren. Zo kan het gebeuren dat ook op publieke zenders rechts-populistische bullshitters onweersproken manipulatieve leugens kunnen uitdragen, omdat journalistieke onpartijdigheid zou verlangen dat alle standpunten gehoord behoren te worden.  

Sociale media, disinformatie, manipulatie.

Sociale media lenen zich bij uitstek voor bullshitters. Het is geen toeval dat de wereldwijde groei van populistische leiders en partijen ook samengaat met de opkomst van sociale media. Om boodschappen te verbreiden is men allereerst niet langer afhankelijk van de traditionele media, waarvoor liberale, hoger opgeleiden als sluiswachters dienden. Sociale media zijn daarnaast uitermate geschikt voor op emoties, onderbuikgevoelens en vooroordelen gerichte simplistische boodschappen. Omdat het medium ook in het geval van TikTok, Instagram of Facebook in hoge mate de boodschap bepaalt, kunnen op rationele analyse en argumentatie gebaseerde politieke actoren de strijd op deze platforms zelden winnen.

Sociale media worden vooral door jongeren gebruikt. Derhalve is het verklaarbaar dat populistische partijen juist ook onder jongeren op grote steun kunnen rekenen.

Sociale media hebben zich inmiddels als een bedreiging voor zowel de geestelijkheid gezondheid (Haidt 2024) als voor democratieën bewezen. Hun algoritmen ondermijnen het pluralisme in de samenleving. Er ontstaan nagenoeg gesloten groepen van burgers die steeds meer in separate realiteiten leven en die steeds minder vertrouwd zijn met alternatieve zienswijzen om te gaan. Sociale media kunnen daarnaast bewust en doelgericht voor manipulatie, desinformatie, tweespalt en hetze worden ingezet. Zoals alle media, maken sociale media voorts specifieke communicaties meer mogelijk dan andere, en deze communicaties blijken weinig bevorderlijk te zijn voor een inhoudelijke democratische uitwisseling over maatschappelijke problemen en hun mogelijke oplossingen.

Maatschappelijk en persoonlijk onbehagen

In vele democratieën is, zo laten tal van data zien, de ontevredenheid over het eigen en het maatschappelijk leven drastisch toegenomen. Ongelukkige mensen zijn, zo leert onderzoek eveneens, minder democratisch ingestelde burgers die ook geregeld zoeken naar zondebokken.

Mensen met psychische problemen vormen vaak ook een belasting voor hun sociale omgeving. Mensen die ongelukkig, depressief of neerslachtig zijn, onttrekken energie aan anderen; mensen die zich goed voelen, geven anderen energie. Als er meerdere ongelukkige mensen bij elkaar zijn, kan dit het hele leef- en werkklimaat negatief beïnvloeden. Bovendien worden ze onverschillig en besteden ze minder aandacht aan zichzelf en hun fysieke omgeving.

Een groot onbehagen in onze westerse samenlevingen betreft de eenzaamheid. Zij wordt inmiddels als een epidemie omschreven en blijkt nauw samen te hangen met rechts-populistische ressentimenten, attituden en ideeën (Blokland 2021, 2025; Entringer 2022; Brücker 2022; Kersten, Neu en Vogel 2025).    

In zijn boek The Loss of Happiness in Market Democracies (2000) stelde de politieke psycholoog Robert Lane reeds een kwart eeuw geleden vast, dat alle westerse democratieën sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw een sterke toename van depressies en andere psychische aandoeningen laten zien. Overal is bovendien het wantrouwen tegenover andere mensen en sociale instellingen toegenomen. En overal groeide het pessimisme over de toekomst en brokkelde de sociale en familiale samenhang af. Volgens Lane was er “a kind of famine of warm interpersonal relations, of easy-to-reach neighbors, of encircling, inclusive memberships, and of solidary family life” (2000: 9). Deze hongersnood is sindsdien slechts toegenomen.  

Als gevolg van het gebrek aan sociale steun lijden mensen steeds vaker aan eenzaamheid en zijn ze veel kwetsbaarder voor tegenslagen in het leven, zoals werkloosheid, ziekte, stress, teleurstellingen met hun kinderen en onvervulde wensen. Dit leidt tot een algemeen gevoel van onbehagen of angst. Onderzoeksresultaten tonen aan, laar Lane zien, dat mensen die zich goed in hun vel voelen, meer creativiteit, probleemoplossend vermogen, bereidheid tot samenwerking, vrijgevigheid, gezondheid en zelfverwezenlijking vertonen. Gelukkige mensen vinden gemakkelijker vrienden, en vrienden maken mensen gelukkiger. Ze hebben ook minder etnische vooroordelen en staan positiever tegenover een democratisch bestuur. Ontevreden en depressieve mensen raken daarentegen in een neerwaartse spiraal: ze hebben een negatief zelfbeeld, een gebrek aan zelfvertrouwen en autonoom gedrag, presteren slecht op school en op het werk, verliezen hun relativeringsvermogen, raken in conflict met familieleden en collega’s, zijn slechte ouders, enzovoort. De persoonlijke, maar ook de maatschappelijke kosten van deze mensen zijn enorm: “they drain the resources of the societies in which they live”, schrijft Lane (2000: 330; cf. Blokland 2021; Brücker 2022; Entringer 2022: Neu et al 2023).

Lane erkent dat de marktliberale samenleving ons ooit bevrijdde van armoede en, in eerste instantie daarmee samenhangend, geluk bracht. Het moment van “genoeg” ligt evenwel reeds decennia achter ons. Sindsdien biedt deze orde haar burgers, in een eentonige herhaling van een eens zo bevrijdend thema, alleen maar meer van hetzelfde. Dit is diep verankerd in deze orde, net als vroeger in andere grote beschavingen. We lijden nu aan onbehagen en eenzaamheid in een sociale woestijn met een overvloed aan materiële rijkdom. Het ‘einde van de geschiedenis’ is volgens Lane daarom geen glorieuze eindoverwinning van het marktliberalisme; het is veeleer de langzame dood van een cultuur die niet in staat lijkt zichzelf te vernieuwen en zich aan te passen aan veranderde omstandigheden (2000: 10).

Onverschilligheid en politieke apathie

Een laatste mogelijke oorzaak van het opkomende populisme vraagt meer aandacht dan ik hier kan geven. Het is iets wat ook moeilijk precies valt te vatten en te omschrijven. Niettemin lijkt het mij te belangrijk om het hier niet te benoemen. Het hangt samen met het hierboven aangestipte onbestemde onbehagen en gaat om een algemeen gevoel van malaise, van onverschilligheid, in alle mogelijke levenssferen. Is het de decadentie van een cultuur die inderdaad op haar einde loopt? Zijn de mensen moe gebeukt door een naar het lijkt eindeloze reeks van crises? Is het typisch Duits of Oost-Duits? Ik weet het niet. Feit lijkt evenwel dat alles velen inmiddels scheiß egal is geworden. Dit heeft politieke gevolgen.

Duitsers hebben de reputatie uitstekende organisatoren te zijn, consciëntieus en uiterst vlijtig. Mogelijk dat dit in de eerste decennia na de oorlog het geval was – wellicht had men collectief iets te verdringen. Vandaag lijkt deze reputatie op weinig gebaseerd. Slechts zelden functioneert hier iets naar behoren, en nog maar weinigen maken zich er nog werkelijk druk om. De fysieke infrastructuur staat op instorten of is letterlijk reeds ingestort. Treinen rijden zelden op tijd. De digitalisering van de samenleving loopt ongeveer twee decennia achter ten opzichte van de rest van Europa. De bureaucratie functioneert nog hetzelfde als ten tijde van Otto Bismarck en smoort ieder economisch of maatschappelijk initiatief. Nog meer dan in Nederland zijn er tal van beleidsdossiers (pensioenstelsel, onderwijsstelsel, rechtsstelsel, gezondheidsstelsel, huisvesting, integratie van nieuwkomers, defensie, demografische ontwikkelingen in het algemeen), die men collectief jaar na jaar heeft verslapen. De automobielindustrie, de pijler van de Duitse welvaart, heeft de dieselmotor geperfectioneerd en dreigt een tweede Kodak te worden. Duitsers zijn voortdurend ziek, op vakantie of anderszins afwezig, en zelfs wanneer ze aanwezig zijn, lijken ze weinig verantwoordelijkheid te voelen voor het eindproduct van hun bezigheden, laat staan dat ze hier veel zelfrespect aan ontlenen. De belangrijkste reden waarom er in Berlijn nog water uit de kraan komt, is dat er iedere dag een eindeloze stoet Polen naar de stad trekt om het noodzakelijke onderhoud te plegen.

De Landeshauptstadt Potsdam vernieuwt de riolering in zijn hoofdstraat. geplande bouwtijd: 2023 – 2031.

De onverschilligheid lijkt zich ook voortdurend uit te breiden, ook bij groepen waar men dit minder zou verwachten. Ten behoeve van de implementatie van onze democratie- en integratieprojecten communiceren wij, Social Science Works, veel met maatschappelijk werkers, leerkrachten, medewerkers van civiele organisaties en overheden, en anderen die medebepalend zijn voor de sociale cohesie in onze samenleving. Ook hier valt op dat de onverschilligheid tegenover niet alleen de samenleving, maar ook het eigen werk voortdurend lijkt te groeien. Men lijkt veelal het geloof in de eigen bezigheden te hebben verloren. Elders (2023, 2024, 2025) heb ik de onmogelijkheid beschreven met velen van de betreffende functionarissen zelfs maar in contact te komen. Brieven en mails worden niet beantwoord, telefoons worden niet opgenomen en niet doorgeschakeld. Men is voortdurend om vaak volstrekt onduidelijke redenen afwezig. Voor burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemingen belangrijke aanvragen of andere zaken verdwijnen in zwarte gaten of blijven maanden, zelfs jaren, onbeantwoord en onbehandeld op bureaus liggen, totdat men het in arren moede maar opgeeft. Het indienen van klachten bij hogere instellingen over deze leegloperij (“Untätigkeitbeschwerde”) leidt slechts tot wraakacties van de betrokken, in hun autoriteit aangetaste ambtenaren.

Bondskanselier Friedrich Merz ontlokte onlangs een storm van verontwaardiging toen hij stelde, dat zijn landgenoten eindelijk eens aan het werk moesten gaan.[7] Merz valt niet altijd op door verstandige, afgewogen oordelen (zo klaagde hij in 2025 over een “stadsbeeld” dat te veel door migranten zou worden bepaald), maar in dit geval had hij beslist een punt. De meeste Duitsers zijn onverschillige Versagers. Merz zette zich vooral af tegen vierdaagse werkweken en tegen pleidooien voor een Work-Life-Balance. Uiteraard is dit overtrokken: het leven bestaat niet alleen uit werken. Maar wanneer mensen dan eindelijk op hun arbeidsplaats verschijnen, dan moet er wel gewerkt worden. Gebeurt dit niet, komt de trein voortdurend te laat, worden aanvragen nooit op tijd beantwoord, staat men iedere dag in dezelfde file omdat de verantwoordelijken, in plaats van een weekend, drie jaar hebben uitgetrokken voor het repareren van een bruggetje, dan heeft dit niet alleen economische en financiële gevolgen, maar komt ook de Work-Life-Balance van anderen ernstig in gevaar.   

De onverschilligheid heeft, zoals opgemerkt, politieke consequenties. Vrij naar Hannah Arendt zou men kunnen stellen dat de grootste bedreiging van de democratie niet komt van radicale minderheden die haten en splijten, maar van een onverschillige meerderheid of massa van geatomiseerde individuen. Onthechte en passieve mensen dus die geen gedeelde werkelijkheid ervaren en geen verantwoordelijkheid voelen deel te nemen aan het publieke leven. Het is niet alleen zo dat steeds minder mensen zich voor de democratie en de publieke zaak actief inzetten, hetgeen men uit kan drukken in drastisch afnemende ledentallen van politieke partijen en andere maatschappelijke organisaties. Het is meer zo dat vele burgers wegkijken wanneer democratische instituties worden ondermijnd of worden aangevallen. Het is meer zo dat nog slechts weinigen op enigerlei wijze verontwaardigd lijken wanneer democratische normen, waarden, principes of condities met voeten worden getreden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de verdraagzaamheid van partijen en personen met andere politieke opvattingen; de aanvaarding van de legitimiteit van politieke tegenstanders en het democratische systeem en, hiermee onder meer verbonden, de uitslagen van verkiezingen; of het respect voor een minimum van sociale gelijkheid als voorwaarde voor politieke gelijkheid en dus voor democratie.

Onverschilligheid hangt samen met onverantwoordelijkheid. Men voelt zich niet verantwoordelijk voor publieke zaken of algemene belangen, bemoeit zich er niet mee, informeert zich ook niet en maakt keuzen die dermate frivool zijn, dat men zich voor degelijke keuzen in het persoonlijke leven diep zou schamen. Men ziet dit aan het kiezersgedrag. Net als in Nederland (Blokland 2025b) stemmen velen in Duitsland op partijen en kandidaten zonder ook maar een moment de moeite te nemen zich te informeren over de achtergronden, standpunten en programma’s van de betrokken actoren. Velen stemmen op partijen en kandidaten die objectief tegen de eigen belangen ingaan (Fratzscher 2023). Regelmatig lijkt men ook slechts uit balorigheid, verveling en een behoefte te pesten te kiezen. Men neemt waar dat degenen die zich wel informeren en engageren, het afwijzen of zelfs verafschuwen wanneer mensen hun stem uitbrengen op kandidaten en partijen die zich afzetten tegen het gehele democratische stelsel en tegen complete bevolkingsgroepen. En daarom doet men het lekker toch. Men toont puberaal alles en iedereen de middelvinger. Het lucht op. De 40 per cent van de kiezers in landen als Thüringen, Sachsen en Brandenburg die op dit moment aangeven op de AfD te zullen stemmen, zijn niet allemaal rechtspopulisten of -extremisten. Velen zijn gewoon onverschillige en onverantwoordelijke pestkoppen.  

In principe is onverantwoordelijkheid geen nieuw verschijnsel. Max Weber en Joseph Schumpeter, samen met vele andere denkers die zich over de democratie bogen aan het begin van de twintigste eeuw, maakten zich al weinig illusies over de burger en de kiezer (cf. Blokland 2006, 2014). Ze waren in principe voorstander van de democratie, maar dan van een democratie met zo weinig mogelijk invloed van burgers en kiezers. Hadden zij gelijk?

3 Hoe kunnen we populisme tegengaan en democratie verder ontwikkelen?

„Man liest die letzte Zeile, schließt das Buch, legt es zur Seite und stiert Löcher in die Luft. Wie man es bereits so häufig getan hat in den letzten Jahren. So viele Bücher, kluge und weniger kluge, die uns darüber belehrt haben, wie man mit Rechten reden solle, uns die Logik für Demokraten nahegelegt, den Hass und die Hetze erklärt haben, Bücher, die anklagten, Bücher die zur Diskussion anregen wollten, Erfahrungsberichte, Stimmungsberichte, wissenschaftliche und weniger wissenschaftliche Werke. Und jedes Mal saß man am Ende einer solchen Lektüre da und fragte sich: Und nun? Was tun? Ratlosigkeit blieb eigentlich immer das vorherrschende Gefühl.”[8]

Voor de problemen van de democratie en het opkomende rechtspopulisme bestaat geen panacee. Veeleer is behoefte aan een groot scala van initiatieven, experimenten, uitbreidingen, toevoegingen, incrementele wijzigingen. Er is geen reden te denken dat de democratie “af” is. Eigenlijk zijn we nog maar net begonnen haar te ontwikkelen. Deliberatieve toevoegingen aan de representatieve democratie lijken allereerst dringend gewenst. Verder kunnen we onder meer denken aan een uitbreiding van de schoolse en buitenschoolse politieke educatie; aan het ophouden te denken dat de geschiedenis, alsmede de politiek, een einde heeft bereikt; aan het reguleren van de sociale media; aan het bevorderen van de sociale gelijkheid opdat politieke gelijkheid, en dus democratie, niet langer een farce is; en aan het reguleren of zelfs verbieden van politieke organisaties die uit zijn op het termineren van het fundament van de democratie: de twijfel en de omkeerbaarheid.   

Uitbreiding van de democratie: deliberatie

“Wir wollen mehr Demokratie wagen“ stelde Willy Brandt in zijn regeringsverklaring van 1969, in antwoord op de protesten van jongeren en studenten tegen het naoorlogse, gedepolitiseerde politieke stelsel. De samenleving moest democratischer en opener worden en burgers moesten meer invloed krijgen op politiek en beleid. Sindsdien zijn er evenwel niet veel vorderingen gemaakt. Daarom blijft Brandts oproep actueel.

Wanneer de democratie het moeilijk heeft, moeten we haar uitbreiden. We hebben veel meer platforms nodig waar veel meer burgers hun politieke vaardigheden kunnen ontwikkelen, hun voorkeuren kunnen vormen en verrijken, kunnen leren hoe democratie werkt, en kunnen leren om van mening te verschillen en compromissen te sluiten.

In veel landen van de Europese Unie zijn er grote groepen mensen zonder persoonlijke ervaringen met democratische besluitvorming, afgezien van het sporadisch uitbrengen van een stem in landelijke en plaatselijke verkiezingen. Mede door het ontbreken van deze ervaring bestaat er vaak een tekortschietend inzicht in de werking van een democratie. Men heeft pluriformiteit, tegenstrijdigheid en conflict onvoldoende uit eigen hand ervaren en heeft hiermee onvoldoende leren omgaan. Er is dan ook vaak weinig begrip voor de, geregeld als halfslachtig, ondoorzichtig of zelfs verraad waargenomen, compromissen die in gebruikelijke, langdurige democratische onderhandelingsprocessen worden bereikt. Ook is men zelden geneigd meer of intensiever politiek te participeren dan het af en toe uitbrengen van een stem. Velen in bijvoorbeeld Oost-Duitsland wensen zich daarom een eenheidspartij en velen hebben weinig waardering voor het bestaande politieke systeem.

Hoe brengt men hierin verandering? Politieke educatie over de normatieve en epistemologische achtergronden van pluralisme en democratie is uiteraard zinvol. Ik kom hier dadelijk op. Een zeker zo effectieve vorm van educatie, van het ontwikkelen van een democratiebegrip, is echter ook de actieve deelname aan een democratisch, deliberatief besluitproces. Om de democratie te sterken moeten wij dit soort participaties sterk uitbreiden. Dit kan op vele verschillende manieren, met verschillende publieken en met verschillende doelen. In “Een programma tegen democratisch verval” gaf ik hiervan eerder in S&D een overzicht (zie ook: Blokland 2025: 27ff). Men kan onder meer denken aan burgerdialogen, burgerraden of deliberatieve peilingen (vgl. Fishkin 2018).

Kern is dat het in een deliberatie in de eerste plaats gaat om een open en hoffelijke uitwisseling van ideeën en visies, die de ontdekking, het begrip, het in context plaatsen en de ontwikkeling van politieke voorkeuren bevordert. In de tegenwoordig heersende consumentistische of economische opvattingen over democratie is het hoofddoel van politieke participatie het omzetten van voorkeuren of belangen van individuen in collectieve besluiten en beleid. Hoe deze voorkeuren tot stand zijn gekomen, of zij geïnformeerd zijn en gerechtvaardigd kunnen worden, of zij “politiek” zijn in de zin dat zij betrekking hebben op publieke kwesties, zijn vragen die zelden aan de orde worden gesteld. In deliberatieve opvattingen over democratie staan deze vragen echter in het middelpunt. Deliberatie gaat niet primair over individuele belangen en over organisaties die voor deze deelbelangen strijden. In plaats daarvan gaat het vooral om het gezamenlijk ontwikkelen van onderbouwde voorkeuren met betrekking tot de publieke zaak.

Deliberatie komt niet in de plaats van de bestaande democratische structuren, maar kan hiervan een belangrijke uitbreiding of toevoeging zijn. Terwijl de bestaande politieke communicatie steeds meer gericht lijkt op het manipuleren en fabriceren van voorkeuren, zou deliberatie kunnen helpen om de kloof tussen politiek en samenleving te verkleinen door nieuwe mogelijkheden te bieden om een eerlijk gesprek te voeren over wat onze samenlevingen bij elkaar houdt en wat we collectief willen bereiken. Deliberatie zou dan ook de noties en emoties van politieke gemeenschap, burgerzin en burgerschap kunnen versterken die democratieën nodig hebben om te gedijen. Deze noties en emoties worden ondermijnd wanneer democratie te veel wordt gedefinieerd als een besluitvormingsmethode (vgl. Schumpeter 1942) waarin macht centraal staat en de deelnemers worden uitgenodigd om met alle mogelijke middelen, inclusief manipulatie en bedrog, electorale steun te vergaren. Deliberatie zou weer een vleugje oprechtheid, burgerzin en inhoud in de politiek kunnen brengen en kunnen bijdragen aan het versterken van een democratische cultuur.

Politieke vorming

Een tweede democratische interventie betreft de politieke educatie. De meeste mensen hebben geen benul van politiek en democratie, en verdedigen dit met de overtuiging dat een ieder zo zijn eigen hobby heeft. Dit leidt meer en meer tot ongelukken. Rechts-populisme en extremisme is er daar een van. Zolang iedereen mee mag praten en stemmen, is het daarom verstandig om kinderen en volwassenen via politieke vorming op hun rol als burger voor te bereiden. Hoewel men in Duitsland meer dan in Nederland de wenselijkheid van politieke vorming onderkent (zo bestaat er uitgebreid stelsel van zogenaamde Partnerschaften für Demokratie die de kennis van en de participatie in de democratie trachten te versterken), schiet deze vorming ook in ons buurland schromelijk tekort.

Uit angst voor machtsconcentratie en staatspropaganda is in Duitsland het onderwijsbeleid sterk gedecentraliseerd. Het gevolg is dat de aandacht die aan politieke educatie wordt besteed, sterk per Bundesland verschilt. In het Oosten krijgen de kinderen belangrijk minder educatie op dit terrein, dan in het Westen. De gemiddelde tijd die in Duitsland aan politieke vorming wordt besteed, bedraagt bovendien niet meer dan ongeveer 2% van de totale onderwijstijd (Gökbudak en Hedtke 2019). De tendens is bovendien dalend: net als in Nederland is er Duitsland in het onderwijs in toenemende mate vooral aandacht voor zaken waarmee men de kansen op de arbeidsmarkt vergroot en die dus werkelijk nuttig zijn.

De aandacht voor politieke scholing verschilt ook sterk naar onderwijsniveau: hoe hoger dit niveau, hoe meer politieke educatie. Nog meer dan in Nederland, hebben kinderen met hoger opgeleide ouders in Duitsland een veel grotere kans zelf ook hoger opgeleid te worden. Hoe hoger het onderwijsniveau, laat onderzoek zien, hoe kleiner de neiging rechts-populistische en extremistische standpunten te onderschrijven. Bijgevolg krijgen de kinderen die het meest behoefte hebben aan politieke educatie, hiervan het minst. De betreffende schoolleiders en docenten zijn doorgaans ook de mening toegedaan dat hun kinderen, kinderen die bijvoorbeeld beroepsonderwijs volgen, geen politieke vorming nodig hebben (Blokland 2025: 112ff, 142ff).

Het onderwijs over politiek is bovendien sterk op het verwerven van feitenkennis gericht. In de honderden workshops die Social Science Works in scholen heeft doorgevoerd, viel ons op dat de kinderen meestal nog wel konden navertellen welke politieke partijen er bestonden of hoe vaak er verkiezingen werden gehouden. Op het moment echter dat de substantieelrationele vraag werd gesteld waarom de democratie eigenlijk een goed idee was, waarom het niet beter was het regeren bijvoorbeeld aan experts over te laten (wanneer we in het vliegtuig naar Ibiza vliegen, gaan we toch ook niet eerst democratisch bepalen wie de piloot is?), viel er doorgaans een grote stilte of ontstond er zelfs een totale verwarring.    

Het bestaande onderwijs schiet ook op een andere wijze tekort: men verwerft weliswaar kennis, maar zelden komt in het curriculum aan de orde wat eigenlijk kennis is. Hoe stelt men feiten vast? Hoe controleert men claims op waarheid? Wat is een wetenschappelijke uitspraak, en wat niet? Wat zijn experts, welke kwesties kan men aan hen overlaten en welke niet, en waarom niet? Wat is het verschil tussen wetenschap en filosofie? Hoe rechtvaardigt men waarden en doeleinden? Het spreekt voor zich dat mensen die op dit terrein in het duister tasten, tamelijk weerloos zijn tegen de bullshitters, leugenaars, oplichters, manipulatoren en andere verbreiders van alternatieve feiten en nepnieuws, die de laatste decennia het publieke domein zijn gaan domineren. Heel veel discussies die wij in burgerdialogen voeren, komen dan ook uiteindelijk neer op de vraag: u zegt dit nu wel, maar waar baseert u dit op? En waar baseert uw TikTok, Facebook of Instagram bron het op? Hetzelfde gebeurt wanneer wij in workshops met representanten van afwijkende culturele tradities, religies of sociale klassen waarden als democratie, pluralisme, vrijheid, gelijkheid of autonomie bespreken: de meest overtuigende wijze deze waarden plausibel en verdedigbaar te maken, loopt altijd in belangrijke mate via de kennisleer.  

Een einde aan het einde van de geschiedenis

„Es ist Alternativlos“, stelde Angela Merkel herhaaldelijk tijdens de Eurocrisis om het beleid ter redding van de Euro te rechtvaardigen. De verzuchting uitte zij ook in tal van andere contexten en inspireerde de Alternative für Deutschland tot haar naamgeving. De suggestie van onvermijdelijkheid en alternatiefloosheid is gevaarlijk voor het democratisch klimaat, net als elke bewering dat wij het einde van de politiek of de geschiedenis beleven. Politiek is er ook om maatschappelijke veranderingen in gewenste richtingen te sturen. Het was de bestaansgrond van de sociaaldemocratie. Zodra men stelt of demonstreert dat de politiek hiertoe onmachtig is, dat wij overgeleverd zijn aan het vrije spel der maatschappelijke krachten, of aan ongestuurde processen van rationalisering, globalisering, digitalisering, voedt men politiek desinteresse, dan wel een verlangen naar politieke partijen en sterke leiders die het tegendeel beloven te bewijzen.

De idee dat de politiek machteloos is, is ook vooral ideologisch gemotiveerd. Decennialang hebben westerse landen met groot succes het tegendeel bewezen. Landen waarin de overheden het meest geïntervenieerd hebben, op basis van eindeloze processen van trial and error, in markt en samenleving, prijken op alle mogelijke indexen die het succes van samenlevingen beschrijven, aan de top. In alle statistieken op terreinen als gezondheid, levensverwachting, welbevinden, welvaart, onderwijs, culturele participatie, of vestigingsklimaat staan landen als Denemarken, Finland, Zweden, maar ook Nederland bovenaan.[9] Landen als de Verenigde Staten en Engeland die het meest in de greep van het neoliberalisme zijn gekomen, bungelen consequent onderaan. Making America Great Again is een verlangen naar een tijd waarin Democraten en zelfs Republikeinen een overwegend sociaaldemocratische politiek voerden.

Markten zijn zonder twijfel waardevolle instrumenten om menselijk gedrag te coördineren en te sturen. De markt is echter slechts een van de instrumenten die samenlevingen ter beschikking staan om hun waarden en doelen te verwerkelijken. Markten overkomen ons verder niet, zij zijn geen onontkoombare vanzelfsprekendheid, maar kunnen en moeten altijd worden gepland willen hun mogelijkheden optimaal worden benut en hun beperkingen worden begrensd en gecompenseerd. Dit alles is reeds een tijdje bekend (zie bijvoorbeeld Dahl en Lindblom 1953), maar onder ideologische klimaatsveranderingen worden wij iedere keer gedwongen het wiel opnieuw uit te vinden.

Om een klein voorbeeld te noemen. Er is een reden waarom woningbouwcorporaties en sociale woningbouw bestonden. Voor de deregulering en privatisering van deze sector vanaf de jaren tachtig bestond geen enkele overtuigende, niet-ideologische, rechtvaardiging. In de dronkenmannen euforie die in deze tijd ontstond over de eindoverwinning van het Westen (maar welk Westen?), gebeurde het echter toch, met alle gevolgen vandien voor nieuwe generaties, waaronder onbetaalbare woningen, de noodzaak bij ouders te blijven wonen en een recorddieptepunt in geboorten (Wijk en Feijten 2026).

De lezer excuseert mij naar ik hoop een persoonlijke anekdote. In de jaren negentig diende ik een onderzoeksvoorstel in bij NWO om de maatschappelijke gevolgen van de privatisering en eventuele alternatieven te onderzoeken. De geleerden die over het voorstel beslisten (namen bekend bij de redactie), wezen het af. Hun belangrijkste overweging: het onderwerp ontbeerde “maatschappelijke relevantie”. Ik vermeld dit niet alleen om er nogmaals op te wijzen dat oudere jongere sociaaldemocraten die de geschiedenis en de literatuur kennen, verrassend vaak gelijk hebben, maar ook om te illustreren hoe irrationeel publieke discussies en besluitvormingen zich geregeld ontwikkelen. Wanneer een meute, waaronder ook universiteitsmedewerkers die beter zouden moeten weten, zich eenmaal in een bepaalde richting begint te bewegen, dan is er vaak geen houden meer aan (zie verder Blokland 2016).

Het onvermogen of de onwil van veel democratieën dringende maatschappelijke problemen bevredigend op te lossen leidt enerzijds tot politieke desinteresse en anderzijds tot radicalisering. Hiermee samenhangend: eerder werd een gebrek aan overtuigende vertellingen genoemd als een van de problemen. Het verhaal over de toenemend gelukbrengende consumptiemaatschappij is inmiddels wel uit, net als het neoliberale verhaal waarin de ganse mensheid zou meeprofiteren van de enorme verrijking aan de top van de economische ladder. De op productie en consumptie gebaseerde stressmaatschappij heeft vooral die (sociale) activiteiten naar de marge gedrukt, die werkelijk bijdragen aan menselijk welbevinden (Lane 2000). Mogelijk ligt vooral ook hier de enorme teleurstelling van de Ossis: zij hadden zich zoveel voorgesteld bij het marktkapitalisme, maar wat ze gekregen hebben is sociale kaalslag, leegte, kilte en eenzaamheid. In hun vertellingen over het verleden geven ze precies dit ook aan. Zeker, de DDR was een Unrechtsstaat, maar er was zekerheid, stabiliteit, saamhorigheid (Mullis 2024).

Het is, kortom, tijd voor een nieuw narratief, en voor wat betreft de inhoud van dit narratief, kunnen we ons laten inspireren door het eigen verleden of desnoods gedeeltelijk door de vertelling van het tegenwoordige populisme: gemeenschap, stabiliteit, voorspelbaarheid, maatschappelijke sturing. Erken dus dat veel mensen meer behoefte hebben aan dit soort waarden dan vertegenwoordigers van kosmopolitische culturen in de regel willen toegeven. Technologische en economische transformaties, migraties die multiculturele samenlevingen voortbrengen, veranderende opvattingen over man-vrouw verhoudingen, over seksuele oriëntaties, en ethiek in het algemeen leiden soms tot onzekerheid, de oplossing van traditionele gemeenschappen en een reactionair verlangen naar een, steeds meer geïdealiseerd verleden. Het menselijke verlangen naar stabiliteit, harmonie en voorspelbaarheid moet worden verbonden met maatschappelijke en culturele transformaties die vaak zowel onvermijdelijk als gewenst zijn. En dit kan alleen door ouderwetse, sociaaldemocratische maatschappelijke sturing.

Bevorder sociale gelijkheid

De in de laatste decennia enorm toegenomen sociale ongelijkheid wordt geregeld genoemd als een oorzaak van de opkomst van het populisme (zie bijvoorbeeld Eatwell en Goodwin 2018). Ook in Duitsland is de kloof tussen rijk en arm in de laatste decennia voortdurend gegroeid. De armoede quotiënt (het percentage mensen dat minder dan 60% van het gemiddelde inkomen verdient) verdubbelde bijna tussen 1990 en 2021 (van 10 naar 18). Hoewel de ongelijkheid in inkomen in de laatste decennia relatief moderaat is gestegen, is die in vermogen, zoals in zovele landen, dramatisch toegenomen. Bezat in 1980 het bovenste deciel 44% van het totale vermogen, in 2023 was dit reeds gestegen tot 65%. De onderste drie decielen hebben vandaag geen enkel of een negatief vermogen (BpB 2024). De trends zijn internationaal. Eind 2022 bezat 1,1 per cent van de wereldbevolking 46% van het wereldwijde vermogen. 53 per cent van de wereldbevolking bezat 1,2 per cent (Statista 2025).

Het onderwerp sociale gelijkheid is niettemin nagenoeg van de politieke agenda verdwenen. Ook populistische partijen hebben gelijkheid zelden als een programmaspeerpunt. Hun volgers, die ook (maar niet alleen) aan de onderkant van de samenleving vertoeven, schijnt het in de regel eveneens weinig te deren. Verkiezingen kan men tegenwoordig zelden winnen door voor herverdeling te pleiten, hetgeen gezien de bestaande ongelijkheid op zijn minst opmerkelijk is. Het illustreert het enorme succes van het neoliberale narratief waaraan westerse burgers sinds de jaren tachtig hebben blootgestaan (Blokland 2022b).

Toch moet het onderwerp genoemd worden. Burgers die door besluiten worden getroffen, behoren een redelijke kans te hebben de betreffende besluitvorming te beïnvloeden. Een toenemend ongelijke verdeling van politieke hulpbronnen (inkomen, vermogen, kennis, toegang tot besluitnemers, toegang tot of bezit van media) zorgt er echter voor dat deze democratische grondidee steeds verder van de realiteit afraakt. Hoe groter de sociale ongelijkheid, hoe groter de politieke macht van degenen die wel varen bij ongereguleerde, ongestuurde marktsamenlevingen, en hoe kleiner de kans dat grieven van burgers die in populistisch vaarwater zijn gekomen, grieven die vooral samenhangen met een gevoel van machteloosheid en malaise, effectief worden aangegaan.

Maak sociale media publiek en ondersteun publieke zenders

Informatie is een publiek goed dat onmisbaar is voor het voortbestaan van een democratie. Democratieën moeten daarom investeren in onafhankelijke, transparante, pluralistische en hoogwaardige journalistiek. Zeker Duitsland had lessen geleerd uit de propaganda machine in het Derde Rijk en heeft fors geïnvesteerd in onafhankelijke, regionale en nationale publieke zenders. De machtsconcentratie die zich binnen de sociale media heeft voorgedaan, staat haaks op de grondgedachte van dit publieke omroepstelsel. Net als de verbreiding van sociale media zelf heeft deze concentratie zich dermate razendsnel ontwikkeld dat de politiek erdoor overvallen lijkt. Democratie is echter te belangrijk om in handen te leggen van Elon Musk, Peter Thiel en Mark Zuckerberg. Breek hun imperiums dus op, reguleer ze, creëer (Europese) alternatieven met overheidsgeld en breng ze onder (Europese) publieke controle. Neoliberale suggesties dat dit tegen de vrijheid van mening is of zelfs antidemocratisch, zijn apekool (Blokland 1995). 

Publieke omroepen zijn een van de instellingen waarop rechtspopulisten onmiddellijk hun pijlen richten zodra ze aan invloed en macht hebben gewonnen. Zo ook in Duitsland. Er is in hun opvatting sprake van een Lügen Presse en de financiële ondersteuning wensen zij drastisch te beperken. Er is beslist veel mis met de omroep. Om een enkel voorbeeld te noemen: net als in Nederland ziet men in Duitsland, dat toch ruim vijf keer zo veel inwoners heeft, in opinie-makende talkshows iedere keer dezelfde pratende hoofden optreden die gezamenlijk moeilijk als representatief voor de samenleving kunnen worden beschouwd. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, vakbonden en protestgroepen, of van het Oosten treft men zelden in deze programma’s aan (Fröhlich en Hillje 2020). Zeker in Oost-Duitsland is het wantrouwen in de pers ook door deze eenzijdigheid hoog. Men heeft hier deels ook goede redenen voor (Mükke 2021).

De oplossingen hiervoor zijn niet het afschaffen van de publieke omroepen, maar het versterken hiervan. Nieuwsuitzendingen in Duitsland worden nu bij bijvoorbeeld gemaakt in Mainz, Hamburg en Berlijn. Waarom niet Dresden of Leipzig toegevoegd? Waarom redacties van opinieprogramma’s geen quota opleggen? Vijf keer per jaar Karl Lauterbach, Richard Precht, Johan Derksen, Angela de Jong of Raymond Mens is echt wel genoeg (Blokland 2022, 2026). Waarom de nationale Amsterdamse omroep niet verplichten zich op te splitsen tussen Groningen, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht?

Werk nooit samen met, en verbiedt partijen die een onomkeerbaar einde willen maken aan de democratische twijfel

Tot slot, een “cordon sanitaire” of “Brandmauer” rond extreme partijen en politici is een van de belangrijkste adviezen, die Steven Levitsky en Daniel Ziblatt in hun How Democracies Die (2019) formuleren voor democraten, die zich te weer willen stellen tegen autoritaire populisten. De Nederlandse politiek illustreert de plausibiliteit van dit advies. Donald Trump had volgens Levitsky en Ziblatt tegengehouden kunnen worden wanneer Republikeinen hun verantwoordelijkheid hadden genomen, zoals zij dit wel, net als de Democraten, in het verleden geregeld hadden gedaan. In plaats daarvan kozen ze voor electoraal succes op de korte termijn, met alle gevolgen van dien voor de lange termijn. Ook de groei van de PVV in 2023, en de chaos die in de jaren daarna ontstond, had hoogstwaarschijnlijk voorkomen kunnen worden. Een consequent vasthouden aan de eerdere strategie van zowel de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, als van alle andere democratische partijen, was voldoende geweest (Blokland 2025c).

Een cordon sanitaire betekent ook dat partijen niet proberen rechts-populistische partijen in verkiezingen te verslaan door hun programma of retoriek over te nemen. Het CDU onder Friedrich Merz probeert dit geregeld. Afgezien van het morele probleem dat men moeilijk ieder standpunt kan innemen waarmee men verkiezingen wint, is het simpelweg zo dat deze strategie niet werkt. Door haar zien kiezers zich doorgaans slechts bevestigd in hun standpunten en voelen zij zich nog minder geremd en beschroomd op het origineel te stemmen als voorheen. Het belangrijkste effect is in de regel dat de desbetreffende standpunten worden gelegitimeerd en dat het ganse politieke spectrum naar rechts opschuift (Blokland 2024, 2025c).

Moet men rechts-populistische of extremistische partijen als de AfD verbieden? Eerder werd opgemerkt dat de meest fundamentele en overtuigende weg om mensen ervan te overtuigen dat autocratische of totalitaire systemen geen goed idee zijn, over de kennisleer loopt (Blokland 2025a: 39ff). Democratie is uiteindelijk gebaseerd op twijfel. Vrijheid van meningsuiting en vereniging, politiek en maatschappelijk pluralisme zijn toegestaan en worden bevorderd omdat we niet zeker weten wat de juiste antwoorden op welke problemen zijn. Daarom zijn alle democratische beslissingen in principe omkeerbaar: we zijn van gedachten veranderd, we hebben nieuwe informatie of inzichten gekregen, de omstandigheden zijn veranderd. Ondemocratische politieke partijen en leiders die deze twijfel niet kennen, die een einde willen maken aan deze omkeerbaarheid, horen niet thuis in een democratisch systeem en moeten daarom het bestaansrecht worden ontzegd.

In Duitsland loopt ook nu weer een discussie over de vraag of de AfD moet worden verboden. Parlement, regering of de gezamenlijke deelstaten zouden daartoe een verzoek kunnen indienen bij het hoogste rechtsorgaan, het Bundesverfassungsgericht. In 2017 sprak het zich reeds tegen een dergelijk verbod van de Nationaldemokratische Partei Deutschlands uit. De rechters meenden dat de NPD weliswaar tegen de grondwet ageerde, maar te klein was om een bedreiging van de democratie te zijn. Nu de AfD inmiddels tien tot vijftien keer zo omvangrijk is geworden als de NPD vereist consistentie, dat deze partij zou moeten worden verboden. Vandaag zullen de betrokken juristen vermoedelijk echter weer stellen dat de AfD te groot is om te verbieden: haar vele opgewonden aanhangers zouden gezamenlijk weleens de democratie kunnen bedreigen. Tja, juristen. Wanneer de democratie moet worden verdedigd, is deze beroepsgroep zelden van nut geweest.

Gelukkig zijn er, zo hebben we gezien, nog vele andere manieren om het rechtspopulisme te bestrijden. Het zal niet makkelijk worden. Het zal tijd vergen. Maar met wat meer politieke moed, wat meer zelfvertrouwen en wat meer kennis van de eigen geschiedenis gaat ons ook dit weer lukken.

Literatuur

Blokland, Hans. 1995. Wegen naar Vrijheid: Autonomie, Emancipatie en Cultuur in de Westerse Wereld. Amsterdam: Boom.

Blokland, Hans. 2006. Modernization and its political Consequences. New Haven and London: Yale University Press.

Blokland, Hans. 2016. Pluralism, Democracy and Political Knowledge. London: Routledge.

Blokland, Hans. 2021. Loneliness, unhappiness, consumerism and its political consequences: observations and predictions of Robert E. Lane. Potsdam: Social Science Works.

Blokland, Hans. 2022a. Een programma tegen democratisch verval. Socialisme & Democratie. Jg. 79, No. 2, pp.43-52.

Blokland, Hans. 2022b. De politiek is geen partij voor het bedrijfsleven: Charles Lindblom, Elon Musk en de geprivilegieerde positie van ondernemers. Potsdam: Social Science Works.

Blokland, Hans. 2023. Migrationspolitik auf der Flucht. Erfahrungen von Neuankömmlingen mit Untätigkeit, Trägheit und Gleichgültigkeit. Bielefeld: Transcript. 

Blokland, Hans. 2024. Weten burgers wat ze willen? Hoe te reageren op rechtspopulisme. De Helling. Jg. 23, Nr.3, pp. 36-41.

Blokland, Hans. 2025a. Talking Politics and Society Again. Reengaging with fellow Citizens. Bielefeld: Transcript.

Blokland, Hans. 2025b. De kwetsbaarheid van de Nederlandse democratie: fragmentatie, onverschilligheid en lichtzinnigheid. Potsdam: Social Science Works.

Blokland, Hans. 2025c. The Loneliness of Germans and their Refugees. Potsdam: Social Science Works.

Blokland, Hans. 2026. Democracy Under Pressure: Political Radicalization and Citizen Discontent in East Germany. Potsdam: Social Science Works. https://socialscienceworks.org/2026/02/37318/democracy-under-pressure-political-radicalization-and-citizen-discontent-in-east-germany/

Bocksch, René. 2024. Rechtsextreme Positionen finden Anklang bei AfD-Wähler:innen. Statista.

Brandt, Mathias. 2023. Wie groß ist Deutschlands Rassismus-Problem? Statista.

Brettschneider, Frank. 2024. Demokratie-Monitor 2024. Teil 1: Rechtspopulismus, Verschwörungsmythen, Demokratiezufriedenheit und Institutionenvertrauen in Deutschland. Stuttgart: Universität Hohenheim.

Brinkmann, Christan en Eberhard Wiedemann. 1995. Arbeitsmarktrisiken im ostdeutschen Transformationsprozeß. Ergebnisse des Arbeitsmarkt-Monitors 1989 bis 1994. In: Mitteilungen aus der Arbeitsmarkt- und Berufsforschung, Vol. 28, No. 3, p. 323-338.

Bundeskriminalamt. 2024. Politisch motivierte Kriminalität in Deutschland erreicht neuen Höchststand.

Bundeszentrale für politische Bildung. Sozialbericht 2024. Ein Datenreport für Deutschland. Bonn.

Bücker, Susanne. 2022. Die Gesundheitlichen, Psychologischen und Gesellschaftlichen Folgen von Einsamkeit. Institut für Sozialarbeit und Sozialpädagogik e.V.; Kompetenznetz Einsamkeit.  KNE Expertise. 10/22

Commissariaat voor de Media. 2026. Digital News Report Nederland 2026. Hilversum.

Dahl, Robert en Charles Lindblom. 1953. Politics, Economics and Welfare: Planning and Politico-Economic Systems Resolved into Basic Social Processes, Chicago: The University of Chicago Press.

Decker, Oliver, Johannes Kiess und Elmar Brähler. 2023. Autoritäre Dynamiken und die Unzufriedenheit mit der Demokratie: Die rechtsextreme Einstellung in den Ostdeutschen Bundesländern. Else Frenkel-Brunswik Institut für Demokratieforschung in Sachsen an der Universität Leipzig. Policy Paper 2023-2.

Eatwell, Roger and Matthew Goodwin. 2018. National Populism. The Revolt against Liberal Democracy. Pelican.

Entringer, Theresa. 2022. Epidemiologie von Einsamkeit in Deutschland. Institut für Sozialarbeit und Sozialpädagogik e.V.; Kompetenznetz Einsamkeit.  KNE Expertise 4/2022

Fishkin, James S. 2018. Democracy When the People are Thinking: Revitalizing our Politics through Public Deliberation. Oxford: Oxford University Press.

Frankfurt, Harry G. 2005. On Bullshit. Princeton, NJ: Princeton University Press.

Fratzscher, Marcel. 2023. Wer zum AfD-Milieu zählt, der sollte vor allem nicht die AfD wählen. Die Zeit. 1 september 2023.

Fröhlich, Paulina and Johannes Hillje. 2020. Die Talkshow-Gesellschaft. Repräsentation und Pluralismus in öffentlich-rechtlichen Polit-Talkshows. Berlin: Das Progressive Zentrum.

Gökbudak, Mahir and Reinhold Hedtke. 2019. Politische Bildung an allgemeinbildenden Schulen der Sekundarstufe I im Bundesländervergleich. Social Science Education / Working Papers No.9. Universität Bielefeld, Fakultät für Soziologie.

Kenyon, Tim. 2025. Why Donald Trump is such a relentless bullshitter. The Conversation. February 25, 2025. Retrieved October 7, 2025.

Kersten, Jens, Claudia Neu en Berthold Vogel. 2025. Einsamkeit und Ressentiment. Bonn: Bundeszentrale für politische Bildung.

Kriminologisch Forschungsinstitut Niedersachsen (KFN). 2025. Aggressionen und Gewalt gegen Politiker*innen. Hannover.

Land Brandenburg. 2024. Brandenburger Wahlergebnisse.

Lane, Robert E. 2000. The Loss of Happiness in Market Democracies. New Haven and London: Yale University Press.

Levitsky Steven and Daniel Ziblatt. 2018. How Democracies Die. New York: Broadway Books.

Lewandowsky, Marcel. 2024. Was Populisten wollen. Wie sie die Gesellschaft herausfordern – und wie man ihnen begegnen sollte. Kölln: Verlag Kiepenheuer & Witsch.

Maxwill, Peter. 2019. Die Reise zum Riss: Berichte aus einem gespaltenen Land. Berlin: Ullstein.

Mükke, Lütz. 2021. 30 Jahre staatliche Einheit – 30 Jahre mediale Spaltung. Schreiben Medien die Teilung Deutschlands fest? Frankfurt am Main: Otto Brenner Stiftung.

Mullis, Daniel. 2024. Der Aufstieg der Rechten in Krisenzeiten. Die Regression der Mitte. Stuttgart: Reclam.

Neu, Claudia, Beate Küpper und Maike Luhmann. 2023. „Extrem einsam?“ Die demokratische Relevanz von Einsamkeitserfahrungen unter Jugendlichen in Deutschland. Berlin: Das Progressive Zentrum. 

Priewe, Jan. 1993. Privatisation of the Industrial Sector: The Function and Activities of the Treuhandanstalt. Cambridge Journal of Economics, Vol. 17. No. 3, pp.222-48.

Reuters Institute for the Study of Journalism. 2026. Digital News Report 2026.

Rich, Ben en Eva Bujalka. 2023. The ‘manosphere’: understanding Andrew Tate’s appeal to lost men. The Conversation. 12 februari 2023. https://theconversation.com/the-draw-of-the-manosphere-understanding-andrew-tates-appeal-to-lost-men-199179

Sturzbecher, Dietmar und Andreas Pöge. 2023. Jugend in Brandenburg 2022/2023 – Kurzdarstellung der Untersuchungsergebnisse. Institut für angewandte Familien-, Kindheits- und Jugendforschung e. V. an der Universität Potsdam.

Wijk, Daniel van en Peteke Feijten 2026. Gezinsvriendelijke woning blijft belangrijke voorwaarde voor het ouderschap. DEMOS. Jg. 42, Nr.2.

Zick, Andreas, Beate Küpper en Wilhelm Berghan. 2019. Verlorene Mitte – Feindselige Zustände. Rechtsextreme Einstellungen in Deutschland 2018/19. Hg. für die Friedrich-Ebert-Stiftung v. Franziska Schröter.

Zick, Andreas, Beate Küpper, Nico Mokros en Marco Eden. 2025. Die angespannte Mitte: Rechtsextreme und demokratiegefährdende Einstellungen in Deutschland 2024/25. Bonn: Dietz.


[1] https://hans-blokland.nl/4555/democratie-onder-druk-politieke-radicalisering-en-maatschappelijk-onbehagen-in-oost-duitsland/

[2] Voor een Nederlandse illustratie, zie de wijze waarop de door de Partij voor de Vrijheid geleverde minister van migratie in conflict kwam met alle mogelijke stakeholders op het terrein van migratie en integratie: The Fragility of Dutch Democracy: Populism, Fragmentation, and Voter Volatility (2025).  

[3]  Rich en Bujalka constateren dat de problemen die in de manosphere besproken worden, veelal reëel zijn, maar dat de oorzaken en oplossingen op de verkeerde plaats worden gezocht. Voor met name jonge mannen zijn deze problemen onder meer dalende schoolprestaties, stijgende werkeloosheid, eenzaamheid, toenemende zelfmoordcijfers, onzekere toekomstperspectieven, en een onduidelijke mannelijke identiteit. Zij schrijven: “The foundations of the manosphere may not strictly centre on misogyny, as is popularly imagined, but in young men’s search for connection, truth, control and community at a time when all are increasingly ill-defined” (2023).

[4] https://www.morgenpost.de/politik/article404625599/alice-weidel-afd-infos-partnerin-privat-lebenslauf-kinder-steckbrief.html.

[5] In de zomer van 2022 enquêteerden de auteurs 3546 Oost-Duitse burgers. Het betreffende onderzoek wordt reeds sinds het jaar 2002 in Duitsland doorgevoerd. Zij leggen de respondenten 18 stellingen voor waarop zij op een schaal van 1 tot 5 kunnen reageren. Onderscheiden wordt tussen „manifeste” afwijzing (categorie 1 „wijst volledig af” en categorie 2 „wijst grotendeels af”) en een „manifeste instemming” (omvat de twee uitdrukkelijk bevestigende categorieën 4 en 5). De mensen die met 3 hebben geantwoord, stemmen „latent“ in met de stelling, „omdat deze de ondervraagde de mogelijkheid biedt om zich niet ondubbelzinnig te hoeven positioneren, maar toch gedeeltelijk in te stemmen met de inhoud van de extreemrechtse uitspraken“ (2023: 6).

[6] In een televisietoespraak op 1 juli 1990 waarin hij de monetaire, sociale en economische unie aankondigde, stelde Kohl letterlijk: “Durch eine gemeinsame Anstrengung wird es uns gelingen, Mecklenburg-Vorpommern und Sachsen-Anhalt, Brandenburg, Sachsen und Thüringen schon bald wieder in blühende Landschaften zu verwandeln, in denen es sich zu leben und zu arbeiten lohnt.” (https://web.archive.org/web/20130208033025/http://www.helmut-kohl.de/index.php?msg=555).

[7] „Wir müssen in diesem Land wieder mehr und vor allem effizienter arbeiten… Mit Vier-Tage-Woche und Work-Life-Balance werden wir den Wohlstand dieses Landes nicht erhalten können.“ Tagesspiegel. 14 mei 2025.

[8] Gavin Armour. 2019. https://www.goodreads.com/book/show/49433735-die-reise-zum-riss.

[9] Zie bijvoorbeeld: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/23/brede-welvaart-nederland-een-na-hoogste-van-de-eu; https://imglobalwealth.com/articles/which-nations-score-highest-for-quality-of-life-in-2025; https://factsinstitute.com/ranking/human-development-index; https://data.worldhappiness.report/country/NLD; https://www.oecd.org/en/data/tools/well-being-data-monitor/better-life-index.html

0 Comments
Oldest
Newest

Enquire now

Give us a call or fill in the form below and we will contact you. We endeavor to answer all inquiries within 24 hours on business days.